"We moeten niet accepteren dat kansongelijkheid zo groot is"

Overzicht
Home > nieuws > "We moeten niet accepteren dat kansongelijkheid zo groot is"
Webinar Kansongelijkheid legt parallellen bloot tussen het onderwijs en de geboortezorg

Kans(on)gelijkheid in het onderwijs is een hot topic, recent nog weer eens aangejaagd door het succes van de documentairereeks ‘Klassen’. Ook in de geboortezorg komt het issue steeds hoger op de agenda: Langzaam maar zeker komt er meer aandacht voor de sociale verloskunde, worden sociaaleconomische factoren genoemd als duiding bij de stagnatie van perinatale sterftecijfers en groeit het bereik van het actieprogramma Kansrijke Start. Dat die aandacht broodnodig is, blijkt uit vele rapporten en studies. Tijdens dit webinar zijn de parallellen tussen het onderwijs en de geboortezorg verkend.

Achterstanden door armoede en stress

Eric Steegers, gynaecoloog en hoogleraar Verloskunde en Gynaecologie, trapt af met de resultaten van zijn onderzoek: Vroeggeboorte en een te laag geboortegewicht (de hoofdoorzaken van babysterfte) in Rotterdam blijken niet zozeer een medisch-biologische oorsprong te hebben maar blijken vooral het probleem van armoede. Stress van de moeder heeft een ongelooflijke invloed op de ontwikkeling van het jonge kind. “Als een kind start met een laag geboortegewicht, zijn alle orgaansystemen van zo’n kind erop gericht om zoveel mogelijk gewichtstoename te realiseren. Dat betekent dat deze kinderen in hun latere leven vaak obesitas ontwikkelen, of suikerziekte, of hart- en vaatziekte.” Rinda den Besten, recent overgestapt van de PO-raad (primair onderwijs) naar de Jeugdbescherming, vult aan: “De eerste jaren zijn zo bepalend voor de ontwikkeling van jonge kinderen. Als je met een achterstand in groep 1 komt, dan loop je die achterstand ook niet meer in.” Dat geldt voor zowel de medische als de psychosociale ontwikkeling. Die worden bepaald in het allervroegste begin.

Urgentie op het thema

Geri Bonhof, bestuursvoorzitter College Perinatale Zorg en lid stuurgroep “Kansrijke Start”, bepleit een grotere urgentie op het thema. Investeren in de eerste 1000 dagen is investeren in een heel mensenleven. Dat is ook becijferd door TNO; “dit thema moét op de formatietafel.” Eric beaamt: “Dat er aan het allereerste begin van een leven, binnen Nederland, zulke grote verschillen bestaan, die worden veroorzaakt door het inkomen van je ouders of de plek waar je wieg staat… Ik zou het volgende kabinet echt willen oproepen om die eerste 1000 dagen aandacht te geven.”

Perspectieven voor de toekomst

Om kinderen een betere start te laten maken, moet het ongeboren kind een centrale rol krijgen in ons denken en handelen. Eric: “we moeten de armoedeval doorbreken.” Rinda vult aan: “je ziet dat problemen als armoede, obesitas, en slachtoffer-daderpatronen al generaties lang meegaan. Transgenerationele problemen lossen we op door systemisch te gaan kijken.” De sprekers zijn het erover eens dat domeinen ontschot moeten worden om verbinding te kunnen maken. Rinda: “In deze complexe samenleving, kún je als hulpverlener de problematiek niet monosectoraal aanvliegen. We hebben elkaar keihard nodig.”

Als we spreken over handelingsperspectief, vertelt Eric Steegers over het project ‘Moeders van Rotterdam‘, waar de meest kwetsbare groep letterlijk aan de hand wordt genomen, totdat deze (aanstaande) moeders weer de zelfregie kunnen oppakken. Geri vertelt over de goede resultaten van Centering Pregnancy en Centering Parenting, waar in groepsbijeenkomsten de basiszorg plaatsvindt en waarbij mensen zelf een actieve rol hebben. Dat deze voorbeelden naar meer smaken, blijkt wel uit de chat en ook uit de feedback achteraf. Veel mensen vragen om méér concrete voorbeelden, méér handelingsperspectief. Daarmee zijn meteen de contouren voor een nieuw webinar geschetst; een webinar waar we het vaststellen van de problematiek en de noodzaak van urgentie overslaan en direct overgaan naar het concrete pad naar verbetering.

Bekijk hier het hele webinar!