CPZ Jaarcongres 2015

Overzicht
Home > nieuws > CPZ Jaarcongres 2015

‘Samen Wijzer’, is het thema van het vijfde CPZ Jaarcongres. Met als doel dat we tijdens het congres volop inspirerende ervaringen en kennis kunnen delen. Het gaat inderdaad beter met de geboortezorg in Nederland, leren de laatste cijfers. Maar opnieuw moet de conclusie aan het eind van de leerzame dag luiden: de ideale situatie wordt nog een hele bevalling.

Het Muziekcentrum van de Omroep in Hilversum dient op vrijdagmiddag 27 november opnieuw als het traditierijke decor van het CPZ Jaarcongres, waar dagvoorzitter en voormalig NOS-Journaallezer en journalist Gijs Wanders er een heuse nieuwsuitzending van maakt. Hij blikt terug op de alarmerende ontwikkelingen acht jaar geleden: bij 175.000 jaarlijkse bevallingen sterven 1700 kinderen, van wie 400 ‘vermijdbaar’. Een schokkend aantal, waarmee Nederland in de Europese achterhoede zit. Politiek Den Haag eist dan ook maatregelen en dat leidt tot ‘Een Goed Begin’, een ruim 80 pagina’s tellend adviesrapport dat de Stuurgroep Zwangerschap en Geboorte eind 2009 uitbrengt.
Daarin wordt de visie verwoord hoe we in Nederland met elkaar (van kraamzorg tot ambulancepersoneel en van gynaecologen tot zorgverzekeraars) moeten gaan bouwen aan een eigentijdse en betrouwbare zorg rond zwangerschap en geboorte. Zorg, die niet alleen een zwangere begeleidt als er iets aan de hand is, maar vooral werkt aan het bevorderen van gezondheid en het verkleinen van gezondheidsverschillen. De Stuurgroep heeft de ambitie om het aantal maternale en perinatale sterftegevallen als gevolg van substandaard factoren in de zorg in de komende vijf jaar te halveren. Om dat te realiseren, formuleert de Stuurgroep concrete aanbevelingen, die neerkomen op zeven speerpunten.

Schotten

Onder leiding van Gijs Wanders maakt het CPZ Jaarcongres de balans op: hoe staat het vijf jaar later met deze speerpunten, is voldoende voortgang geboekt? CPZ-voorzitter Chiel Bos schuift aan tafel. “Veel regio’s zijn voortvarend bezig met betere geboortezorg, maar de uitvoering gaat niet overal even goed, er zijn tempo- en accentverschillen. We moeten onze ogen niet sluiten voor wat beter kan. Hier en daar zie je toch weer schotten opduiken in de integrale geboortezorg.” Vandaar zijn oproep: “Houd de vaart erin door kennis te delen en voorkom dat telkens het wiel opnieuw wordt uitgevonden.”
De NZa, de Nederlandse Zorgautoriteit, heeft inmiddels een quickscan gemaakt van de integrale geboortezorg en de resultaten onlangs naar VWS-minister Schippers gestuurd. Ze heeft de Kamer laten weten dat een extern bureau een advies gaat opstellen over de integrale financiering, die vanaf 2017 zou moeten worden ingevoerd. De NZa is dit jaar met een module gekomen als tussenstap; de samenwerking blijkt overigens in alle regio’s te zijn verbeterd (overal hebben aanbieders zich verenigd in verloskundige samenwerkingsverbanden, oftewel VSV’s), maar ondanks alle inspanningen is de kwaliteit van de geboortezorg volgens de inspectie nog niet wat ze moet zijn.
Ook Chiel Bos (“Eigenlijk ben ik verbaasd dat ik hier na al die jaren nog zit”) beseft waar de grootste belemmering zit: de financiering. “Als we niet over geld hoefden te praten, was iedereen het binnen een maand eens over hoe het zou moeten. Maar ja, we hebben te maken met ‘perverse prikkels’ die moeten worden opgelost.” In twee van de 82 Nederlandse regio’s is dat al aardig gelukt: Bergen op Zoom en Hoorn. Via diverse video-impressies wordt de zaal geïnformeerd over hoe integrale geboortezorg en de financiering in deze regio’s ingevuld is.

Formaliteit

Het eerste speerpunt uit het eerder genoemde Stuurgroepadvies, ‘Moeder & Kind in de hoofdrol’, wordt geïllustreerd met beelden uit Hoorn. Heleen Post van patiëntenfederatie NPCF en Sylvia Veen, kinderarts/neonatoloog en bestuursleden van het CPZ , schuiven aan en benadrukken dat “luisteren naar de beleving en de ervaring van de zwangere vrouw een vereiste is. We vergeten wel eens dat we van de zwangere moeten horen hoe ze het wil. Het geboorteplan wordt vaak meer als een formaliteit gezien dan als een leidraad. En dat moet veranderen. Daar hoort ook één integrale cliënt ervaringslijst bij.”
Ook in Bergen op Zoom is gefilmd naar aanleiding van het ‘Moeder & Kind in de hoofdrol ’ speerpunt. Het echtpaar Van Dort zit er prima bij: niet op een kamer, maar in een ‘kraamsuite’, van alle gemakken voorzien, couveuse binnen handbereik en dag en nacht beschikbaar. Moeder & kind in de hoofdrol, het lijkt een open deur, maar waarom gaan desgevraagd dan toch maar enkele handen aarzelend de lucht in? De bomvolle zaal (bijna 400 deelnemers) lijkt wat overrompeld door het advies meer te luisteren naar de moeder, die vaak zelf niet weet wat het beste voor haar is. Des te belangrijker dat de ReproQ er komt, benadrukt Sylvia Veen, oftewel de integrale cliënt ervaringlijst die het complete geboortezorg proces, zowel voor als na de bevalling, in kaart brengt.

Stappen maken

Speerpunt 2 onderstreept de noodzaak van een gezonde conditie van de aanstaande moeder. Die heeft directe invloed op de conditie van het ongeboren kind, want de organen van een baby ontwikkelen zich al in de eerste maanden van de zwangerschap. De stuurgroep zegt dan ook: ‘Gezond oud worden begint al in de baarmoeder’. Professor Caroline Baan, hoofd van de afdeling Kwaliteit van Zorg en Gezondheidseconomie van het RIVM, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu: “Daar zijn nog wel stappen te maken. Het is bijvoorbeeld lastig vrouwen daarvan bewust te maken nog voordat ze zwanger raken. Voor die bewustwording moeten we meer het veld in, naar een nog integralere aanpak. Als je goed voor jezelf zorgt, heeft dat ook positief effect op je kind. We zijn nu volop bezig met onderzoek, komend jaar kan ik daar meer over zeggen.”
Bij het derde speerpunt, ‘het goed informeren van de aanstaande moeder’, worden weer video-ervaringen uit Hoorn en Bergen op Zoom getoond. Marlies Rijnders, onderzoeker en verloskundige, beseft dat begrijpelijke, laagdrempelige voorlichting cruciaal is. Ze wijst onder andere op Centering Pregnancy, waarmee sinds 2012 uitstekende resultaten zijn geboekt in het Consortium Noordelijk Zuid Holland. “En we bereiken álle zwangere vrouwen, ook in de achterstandsgroepen. Het vraagt wel wat inspanning, maar het is de moeite waard. Een vroeggeboorte minder per praktijk en je hebt de extra kosten er al uit.” Evelien Kabel, Coördinator Regionaal Verloskundig Consortium Noordelijk Zuid-Holland en Lid van de werkgroep multidisciplinaire voorlichting geeft aan dat voorlichting een belangrijk onderdeel is van het managen van verwachtingen van de cliënt.
Het vierde speerpunt raakt de kern van het congres in Hilversum: ‘Samen verantwoordelijk’. CPZ-voorzitter Chiel Bos trekt de vergelijking met de gezamenlijke zorg voor de dijken, je bent zo sterk als de zwakste schakel. In Bergen op Zoom heeft iedereen het lef gehad er inderdaad samen de schouders onder te zetten, met als resultaat: meer respect voor elkaars werk. “Dat betekent ook intern goed communiceren en informeren,” stelt gynaecoloog Richard Pal in de video vast. “Anders loop je het risico dat je achterom kijkt en denkt: waar is iedereen?”

Ondersteunend

Hugo van Kasteel, lid van de directie Curatieve Zorg van het ministerie van VWS, spreekt vervolgens over het traject naar integrale bekostiging. “We zijn inmiddels opgeschoven naar de Europese middenmoot als het om geboortezorg gaat, maar we zijn er nog niet,” beseft hij. “Met in totaal vijf verschillende bekostigingsvormen is die integrale aanpak per 2017 zeer belangrijk, maar niet iedere regio is er aan toe. Mijn adagium is in elk geval: organiseer de keten om de zwangere heen en laat de financiering daaraan ondersteunend zijn.”

Gea Vermeulen en Corine Verhoeven zijn het daar van harte mee eens. Vermeulen, directeur van de Academie voor Verloskundigen in Amsterdam/Groningen, de AVAG, wijst op het belang dat kraamzorgenden, verloskundigen en gynaecologen elkaar al in het opleidingstraject ontmoeten. “Ze kennen elkaar eigenlijk niet, maar moeten wel meer samenwerken. Pak het niet meteen heel grootschalig aan, maar doe het gewoon en kijk waar het werkt.” Corine Verhoeven werkt bij instituut EMGO en is vorig jaar gestart met INCAS-2, dat (de invoering van) integrale geboortezorg onderzoekt. “Wat opvalt, is dat overal verschillende vormen en modellen van integrale geboortezorg ontstaan die interessant zijn om te vergelijken. Die uitwisseling komt nu echt van de grond. Het systeem moet in dienst staan van de zwangere in plaats van andersom.”
Daar sluit het betoog van Frederik Schutte, partner bij Brabers perfect op aan. Zijn les aan het congres: “Vertrouwen is niet genoeg om iets met elkaar te regelen, ieder zijn vak. Organiseren jullie de keten en laat juristen daaraan ondersteunend zijn.”

Kritische noot

“Je kunt het er heel lang met elkaar over hebben, maar eigenlijk is het gewoon doen en aan vertrouwen bouwen,” stelt gynaecoloog Durk Berks nuchter vast in de videofilm vanuit Hoorn. Elaine Joziasse, voorzitter van de NVOG-werkgroep Klinische Verloskunde, en Jeannette van Capelleveen, beleidsadviseur van de Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV), betreden vervolgens het podium. Ze kraken even een kritische noot bij alle “mooie praatjes over respect en vertrouwen.” Want in de filmpjes hebben ze weinig klinisch verloskundigen zien langskomen “en die moeten toch echt meekijken. Alles draait om communiceren. Praat, luister naar elkaar!”
Dat gebeurt in elk geval wel als de zaal daarna aan het woord komt en het centraal stellen van moeder en kind weer aan de orde komt. De meningen lopen uiteen. “In het kader van de ‘ontschotting’ moeten we de moeder misschien het geld in handen geven!” oogst iemand applaus, maar er is ook twijfel of de cliënt wel de regie moet krijgen. “Hoe weet ze wat goed voor haar is? Nu regeert vaak de angst, maar het gezond verstand moet regeren!”
Daar heeft Eric Hallensleben na de pauze zo zijn eigen gedachten over. De gynaecoloog in het Groene Hart Ziekenhuis in Gouda verzorgt een even herkenbare als humoristische gesproken column, waarin hij de beleidsgekte en bijbehorende papierwinkel genadeloos op de hak neemt. “O, u bent er nog?”, stelt hij na verloop van tijd vast tot grote hilariteit van de zaal; Hallensleben heeft zijn roeping gemist.

Bekommerzorg

Aanzienlijk serieuzer zijn de laatste cijfers die Ger de Winter, directeur van Perined, traditioneel presenteert. Belangrijkste conclusie: de perinatale sterfte is afgenomen, met ruim 13 procent ten opzichte van 2010. Dat heeft ongetwijfeld ook te maken met ‘specifieke aandacht voor vrouwen in achterstandsituaties’, oftewel het vijfde speerpunt.  Verloskundige Lydia de Kruijf en gynaecoloog Eric Steegers komen met sprekende voorbeelden uit Rotterdam, waar de perinatale sterfte vijf jaar geleden nog veel hoger lag en in samenwerking met de gemeente en organisaties als de GGD en consultatiebureaus nu hoopvolle resultaten worden geboekt; zoals het project Moeders van Rotterdam. “Mensen raken soms hun zelfregie en –redzaamheid kwijt en wij helpen hen daarbij. Dat is geen ‘bemoeizorg’, maar bekommerzorg,” aldus Steegers. “Het gaat erom achter de voordeur te komen.”
Het zesde speerpunt zegt dat ‘de bevallende vrouw niet alleen zal zijn’ en dat hebben ze ook in Bergen op Zoom goed begrepen. De thuissituatie wordt daar uitstekend nagebootst. Gouke Bonsel (professor Perinatale Zorg aan het Erasmus MC), Carin Dansen (O&G verpleegkundige en voorzitter V&VN VOG) en Janine Kliphuis (directeur/bestuurder bij de Provinciale Kraamzorg en Zeeland en West-Brabant) benadrukken aan tafel bij Gijs Wanders: zet partijen als gelijkwaardige partners aan tafel, leer van elkaar en wissel protocollen uit. Dansen: “Ik ben ongeduldig, ik denk dat sommige dingen wel sneller kunnen.”

Inspiratiebeker

Als het zevende speerpunt (‘24/7 beschikbaarheid en bereikbaarheid’) min of meer tot vanzelfsprekend hamerstuk is verheven, wordt het tijd voor de CPZ-Inspiratiebeker 2015, de beloning voor een sterk praktijkvoorbeeld. Vorig jaar voor het eerst uitgereikt aan Annemarijke Brienesse, verloskundige in Kennemerland, die nog even terugblikt op dat succes. “Er was veel belangstelling van andere VSV’s, ook inspirerend voor ons.”
Bestond de prijs vorig jaar louter uit koffiemokken (bron van inspiratie als je koffiedrinkt en met elkaar overlegt), ditmaal is er ook een geldbedrag van 1000 euro aan verbonden – dat Brienesse overigens alsnog toucheert. Er zijn ditmaal slechts twee gegadigden: VSV Leiden en VSV de Slinge (Doetinchem) die al bij voorbaat besluiten de prijs eerlijk te delen. Dat is maar goed ook, want na beide pitches mag de zaal bij handopsteken bepalen wie wint en de stemmen staken. Twee winnaars dus: Leiden voor een geslaagd praktijkverhaal geheel op Sinterklaasrijm en de Slinge voor het originele fenomeen de ZwApp, een gratis app voor zwangeren (www.zwapp.info).
Een passend einde van een leerzame middag, aldus Martijn Heeringa van UMCU. Zijn samenvatting: “We gaan van een eigen identiteit naar een gezamenlijke nieuwe. Dat is moeilijk, maar wel heel inspirerend.”

Video’s CPZ Jaarcongres 2015

Foto’s CPZ Jaarcongres 2015