Van Ark: passende bekostiging voor de integrale geboortezorg

Overzicht
Home > nieuws > Van Ark: passende bekostiging voor de integrale geboortezorg

In de kamerbrief van 7 dec 2020 onderstreept minister Van Ark het belang van een bekostiging die bijdraagt aan integrale geboortezorg. Op dit moment kan gekozen worden voor het experiment integrale bekostiging of monodisciplinaire bekostiging. De integrale bekostiging volgt daarbij de zorginhoud, namelijk de zorgstandaard. Hierin staan de zwangere vrouw en de kwaliteit van de zorg centraal. Kenmerkend voor de integrale geboortezorg is dat de geboortezorgpartijen (kraamzorg, verloskundigen en de gynaecologen) samenwerken. De minister schrijft: “De integrale bekostiging van de geboortezorg heeft onder meer het doel deze benodigde samenwerking te faciliteren en te bevorderen. In dit experiment zijn daarom integrale prestaties ontwikkeld, die alleen door een samenwerkingsverband (bijvoorbeeld een integrale geboortezorgorganisatie) kunnen worden geleverd én gedeclareerd. Van een monodisciplinaire bekostiging is sprake wanneer de verloskundige, de kraamzorg en de gynaecoloog de zorg zelfstandig leveren én declareren. Deze wijze van bekostigen faciliteert niet direct de samenwerking. De verder door te ontwikkelen passende bekostiging van integrale geboortezorg moet zich juist ook richten op het faciliteren en bevorderen van deze samenwerking”.

passende bekostiging van integrale geboortezorg moet zich juist ook richten op het faciliteren en bevorderen van deze samenwerking

Experiment integrale bekostiging wordt regulier

De minister zal, conform het NZa advies, de integrale bekostiging per 2022 onderdeel maken van de reguliere bekostiging. De door de NZa benoemde knelpunten vragen om nadere uitwerking. “Het gaat dan om vraagstukken specifiek voor integrale bekostiging, zoals het verbeteren van de administratieve processen en vraagstukken ongeacht bekostigingsvorm zoals het vraagstuk rondom een integraal ICT-dossier wat ik ondersteun via het programma Babyconnect. De NZa adviseert om hiervoor een taskforce in te richten die hiermee aan de slag gaat. Ik ben voornemens een externe partij te vragen om een ‘spoorboekje’ te maken waarin de bekostigingsspecifieke vraagstukken een plek krijgen. De overige relevante vraagstukken die de NZa noemt komen overeen met de aanbevelingen van het RIVM-onderzoek “Beter weten: een beter begin” en wil ik daarom een plek geven in de opvolging van de aanbevelingen van dit onderzoek”.

6 maanden om overeenstemming te bereiken over de “stip op de horizon”.

De NZa adviseert om per 2028 de monodisciplinaire bekostiging te beëindigen, de zogenaamde “stip op de horizon”. De minister benoemt in haar brief dat veel partijen zoals de NVOG, ZN en NVZ het advies van de NZa steunen, omdat daarmee een belangrijk signaal gegeven wordt naar de bestaande IGO’s om door te gaan met de verdere ontwikkeling van de integrale bekostiging en om ook andere regio’s te stimuleren om de overstap te maken. Ook de huidige IGO’s onderschrijven deze lijn. Indien er geen stip aan de horizon komt, vrezen IGO’s niet alleen stilstand, maar ook achteruitgang. De KNOV, BO geboortezorg en de Patiëntenfederatie vinden het echter prematuur om nu deze stip op de horizon te zetten. Ook is er bij hen geen draagvlak voor een “afschaffing van monodisciplinaire bekostiging in 2028 tenzij” besluit. Zij onderstrepen daarbij dat nog onvoldoende is aangetoond dat de integrale bekostiging bijdraagt aan de kwaliteit van zorg, en zien een reeks van knelpunten, zoals de administratieve lasten die nu nog ervaren worden in het experiment. Zij wijzen op het belang van netwerksamenwerking en keuzevrijheid voor de zwangere. Partijen willen met elkaar in gesprek gaan om te proberen meer overeenstemming te bereiken over de te zetten stip op de horizon. De minister geeft in haar brief aan dat zij geboortezorgpartijen de gelegenheid biedt om de komende zes maanden tot een breder gedragen stip op de horizon te komen.

Vanaf 2022 zijn daarmee via de reguliere bekostiging voor de geboortezorg in ieder geval de volgende twee vormen van bekostiging mogelijk: monodisciplinair (maximumtarieven voor verloskundige zorg en kraamzorg en vrije tarieven in de medisch specialistische zorg) en integraal (vrije tarieven voor de integrale geboortezorg geleverd door de genoemde disciplines samen).

Ruimte voor experimenten

Een aantal partijen heeft daarnaast aangegeven graag de ruimte te houden voor het werken aan andere vormen van passende bekostiging voor integrale geboortezorg. De geboortezorgaanbieders hebben hiertoe de mogelijkheid om een bekostigingsexperiment onder de Beleidsregel innovatie voor kleinschalige experimenten van de NZa te starten. Zorgaanbieder en zorgverzekeraar kunnen ook nu al samen een aanvraag indienen bij de NZa om een experiment te starten. Zo’n experiment duurt in beginsel drie jaar. Dit biedt partijen de mogelijkheid om de passende bekostiging van integrale geboortezorg (verder) door te ontwikkelen.