De Wet cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens treedt deels per 1 juli 2020 in werking

Overzicht
Home > nieuws > De Wet cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens treedt deels per 1 juli 2020 in werking

De zwangere heeft het recht op elektronische inzage en elektronisch afschrift van haar dossier. Dat betekent dat een zorgaanbieder inzage of een afschrift van het dossier van de zwangere of van haar gegevens via een elektronisch uitwisselingssysteem kosteloos beschikbaar stelt. Per 1 juli 2020 gaat de wet Cliëntrechten bij elektronische verwerking van gegevens in. Deze wet is onderdeel van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg (Wabvpz). De Wabvpz regelt de randvoorwaarden voor elektronische gegevensuitwisseling in de zorg en de beschikbaarheid van gegevens via een elektronisch uitwisselingssysteem.

Meer informatie over de wet Cliëntrechten bij elektronische verwerking van gegevens vind je in het factsheet uitgegeven door het ministerie van VWS. Op 30 juni 2020 heeft VWS een nieuw facstheet ontwikkeld. Deze vind je hier. De onderdelen van deze wet die gaan over gespecificeerde toestemming zijn niet haalbaar gebleken per 1 juli 2020. Artikel 15a, lid 2 en artikel 15c gaan dan ook nog niet in werking.

1 juli 2020: nieuwe verplichtingen digitale dossiers

Op 1 juli 2020 treden de artikelen 15d en 15e van de Wabvpz in werking, Hieronder leggen we uit wat hier mee wordt bedoeld.

Artikel 15d: het recht op kosteloze elektronische inzage en afschrift
De letterlijke wettekst is als volgt

Indien de cliënt verzoekt om inzage of afschrift van het dossier van de desbetreffende cliënt, of van de gegevens betreffende deze cliënt die de zorgaanbieder via een elektronisch uitwisselingssysteem beschikbaar stelt, wordt de inzage of het afschrift op verzoek van de cliënt, met redelijke tussenpozen, door de zorgaanbieder op elektronische wijze verstrekt.

De inzage of het afschrift én de manier waarop de toegang verschaft wordt of het afschrift verstrekt wordt is vormvrij behalve dan dat deze elektronisch is. “Er kan gedacht worden aan beveiligde zorgportalen, ontsluiting vanuit een PGO of dat een persoon gegevens digitaal inziet bij een zorgaanbieder. Wel belangrijk is dat het afschrift via een beveiligde weg bij de juiste persoon terecht komt. Hierbij kan gedacht worden aan het per e-mail versturen van een link naar een beveiligde website waar het afschrift beschikbaar wordt gesteld. Het afschrift kan ook in de vorm van een USB-stick met pdf-bestand worden verstrekt” (Bron: brief Minister Bruins, dd. 13 december 2019)

Artikel 15e: het recht op logging

Op grond van dit artikel krijgt de burger op verzoek een elektronisch overzicht wie bepaalde informatie in het elektronisch uitwisselingssysteem beschikbaar heeft gesteld en wie op welke datum informatie heeft ingezien of opgevraagd uit het dossier (logging). Niet alleen geeft dit artikel burgers een aanvullend recht op inzage; het vormt ook een verplichting voor zorgverleners op het gebied van beveiliging van persoonsgegevens, namelijk het verplicht loggen van handelingen in elektronische dossiers.

Cliënten moeten er van uit kunnen gaan dat zorgverleners zich verbonden voelen aan hun belang en privacy en dat zorgverleners uitsluitend gegevens over hun cliënten delen in overeenstemming met hun eed en professionele protocollen, dat wil zeggen alleen dat wat nodig is in het kader van de behandelrelatie (Bron: brief Minister Bruins, dd. 13 december 2019)

Facstheet voor cliënten

De Patiëntenfederatie Nederland heeft een factsheet ontwikkeld met informatie over dit onderwerp. Bekijk het factsheet hier.

Meer informatie over deze wet is ook te vinden op de AVG helpdesk voor de zorg.

Vragen en antwoorden:

Er zijn ongetwijfeld veel vragen over de praktische invulling van deze wetten. Helaas hebben wij niet alle antwoorden maar meer informatie volgt. Hieronder volgen alvast enkele vragen en antwoorden:

  1. Moet papieren dossier-informatie ook elektronisch verstrekt worden?

    Nee. Het gaat er om dat digitale gegevens digitaal verstrekt worden. De wet beoogt niet dat papieren dossiers ingescand moeten worden. Het inzagerecht betreft in ieder geval zowel papieren als digitale vorm. Als er sprake is van elektronische dossiervorming komt artikel 15d op de WGBO-verplichting om inzage en een afschrift van papieren dossiers te geven, 
     
  2. Gaat de verplichting terug in de tijd en zo ja, hoe ver?

    De verplichting gaat zover terug als dat de bewaartermijn voor medische dossiers dat vereist. Dus als er digitale informatie is van bijvoorbeeld twaalf jaar oud, dan moet die digitaal verstrekt kunnen worden.
     
  3. Moet de informatie online verstrekt worden?

    Nee. PDF’s op een USB-stick wordt genoemd als voorbeeld van gehonoreerd middel maar ook het versturen per e-mail van een link naar een beveiligde website waar het afschrift beschikbaar wordt gesteld.
     
  4. Hoe gaan we om met dossierinformatie die informatie over derden bevat?

    Hiervoor geldt hetzelfde regime als onder de WGBO, met andere woorden, voor gegevens over derden in het digitaal dossier gelden dezelfde verplichtingen als voor gegevens over derden in papieren dossiers.