Terugblik & vragen webinar met VIPP Babyconnect; laatste subsidieronde.

Overzicht
Home > nieuws > Terugblik & vragen webinar met VIPP Babyconnect; laatste subsidieronde.

Op dinsdag 13 april organiseerde het CPZ een webinar over de laatste subsidieronde VIP Babyconnect. Marleen Kruijt, senior beleidsadviseur digitale gegevensuitwisseling van het CPZ ging in gesprek met Susan Osterop, programmamanager VIPP Babyconnect, Thom Otten ICT Architect in het Dijklander Ziekenhuis, Susanne Zuidhof van Geboortehart en Sonia Jennings bestuurder VIPP Babyconnect.

Voor 1 juni moeten de uitgewerkte en ondertekende subsidieaanvragen binnen zijn bij het programmabureau van VIPP Babyconnect. Dat is de laatste subsidieronde.

Het webinar kun je nu terugkijken. De vele kijkersvragen die gesteld zijn met de antwoorden lees je onder het webinar.

Algemeen
Er is een enorme tijdsdruk. Terwijl het afgelopen jaar alle zorgverleners alle tijd en energie nodig hadden om de zorg in de lucht te houden. Meer tijd zou erg goed van pas komen. Zien jullie daar mogelijkheden?Er komt geen extra tranche voor de subsidieaanvragen. Als het project is ingediend, komt er wel meer ruimte omdat de planning in de regio gelegd kan worden. Mocht er nu tijdsdruk ontstaan, neem dan even contact op met het programmabureau Babyconnect om te kijken wat we hierin kunnen betekenen.

Hoe ziet ’n plan van aanpak eruit in chronologische volgorde. Welke onderwerpen komen aan bod?
Je kunt een voorbeeldplan bij de ondersteuners in de regio opvragen. Ook kun je het officiële document, waaronder ook een ‘format plan van aanpak’ vinden op de website van VWS (zie link). In het plan van aanpak beschrijf je de aard, omvang, duur en wijze van uitvoering van de volgende 5 activiteiten, en de na te streven doelstellingen, resultaten of producten:

a. Implementeren van aanpassingen tussen en aan zorginformatiesystemen die resulteren in zowel regionaal als landelijke digitale informatie-uitwisseling in de geboortezorgketen. En het uitwisselen van deze gegevens met de zorggebruiker. Deze moeten aan de eisen voldoen.
b. Het coördineren van de implementatie (bedoeld onder a) van de aanpassingen voor het regionaal partnerschap.
c. Het mogelijk maken dat zorggebruikers de informatie uit alle zorginformatiesystemen uit de geboortezorgketen kunnen ontsluiten richting hun PGO, conform het MedMij-afsprakenstelsel.
d. Het informeren van zorggebruikers over de mogelijkheid om digitaal toegang tot de eigen gegevens te krijgen.
e. Het organiseren van inspraak, zodat de belangen van de zorggebruiker worden vertegenwoordigd.
Hoeveel VSV ’s doen al mee?Op 16 april 2021 is de stand van zaken dat er vier regionale partnerschappen zijn gestart en dat dit in totaal 21 VSV’s zijn.
Als je nu niet mee doet/ gaat doen wat dan?
Als je nu niet mee gaat doen in een regionaal partnerschap, dan willen we graag even contact met je vanuit het programmabureau om te kijken wat de reden is en of we er iets in kunnen betekenen. Mocht je later willen aansluiten bij een regionaal partnerschap dat zal dit wel al besproken moeten worden met dit partnerschap. We willen dus wel echt weten welke kant jullie op willen/kunnen gaan en of de subsidie nodig is. Als je definitief niet mee gaat doen, moet je binnen het VSV bezien hoe je aan de landelijke verplichting van digitale gegevensuitwisseling gaat voldoen.
Via welke weg delen VIPP programma’s oplossingen met elkaar?Vanuit het landelijke programmabureau hebben we op verschillende manieren contact met de andere VIPP programma’s. Dit is bijvoorbeeld rondom leveranciersmanagement, MedMij en gemeenschappelijke voorzieningen. Met VIPP5 en VIPP Open hebben we nauwe afstemming. We zijn allen verbonden met het Ministerie van VWS, waar meerdere lijnen lopen.
Wat is de stip aan de horizon voor 2023? Is dit pdf-je het beoogde doel vwb de gegevensuitwisseling?Nee, de stip aan de horizon is uitwisseling rechtstreeks op basis van standaardisering en eenheid van taal. Dat gaan we stapsgewijs bereiken. Door deels te gebruiken wat al in zibs/FHIR ontwikkeld is en dat wat d.m.v. convertors vertaald wordt. In de toekomst worden de convertors overbodig, als de systemen in eenheid van taal en FHIR toegerust zijn om zibs uit te wisselen.
Welke rol zien jullie hierin voor de JGZ?JGZ is een regulier onderdeel van de geboortezorgketen en tot en met 8 weken na overdracht ook opgenomen in VIPP Babyconnect. Samen met de eindgebruikers van JGZ wordt bezien wat nodig is aan informatie en hoe dit in het dossier geïmporteerd kan worden. Een onderdeel op langere termijn is hoe deze informatie op basis van eenheid van taal rechtstreeks onderling uitgewisseld kan worden.
Landelijk vs regionaal
Landelijk werkende organisatie kan niet in alle decentrale projecten deelnemen. Hoe gaan jullie daar mee om?In het regionale partnerschap wordt de landelijk technische oplossing van de organisatie ingebracht door deze landelijke partij. Ten aanzien van de samenwerking en aansluiting in het regionale netwerk zal deelname wel noodzakelijk zijn en regionaal contact nodig zijn, zoals dat nu ook binnen een VSV is gerealiseerd.
Als we iets landelijks willen opzetten waarom staan we dan toe dat iedere regio een eigen  technische oplossing bedenkt? 
Het is niet zo dat iedere regio een eigen technische oplossing bedenkt. Uitgangspunt is dat er volgens interoperabiliteitseisen informatie wordt uitgewisseld. Dit betekent over regio grenzen en op landelijk niveau toegankelijk. Voor sommige sectoren en leveranciers is het aansluiten op een regionaal netwerk voldoende om landelijke operabiliteit te realiseren. Voor andere sectoren en leveranciers zal een landelijke oplossing ingebracht worden in de regio. De verschillen in technische oplossingen hangen samen met de al aanwezige technische infrastructuur in een regio. Er is op VWS/politiek niveau besloten om geen landelijke dekkend netwerk te realiseren, maar regionale informatie landelijke te ontsluiten en uit te wisselen.
Worden de kwaliteitseisen, maar ook b.v. de juridische eisen, niet landelijk bepaald?Jawel. Deze zijn opgenomen in het framework en in het afsprakenstelsel interoperabiliteit geboortezorg (zie link).
Samenwerking met kraam, JGZ en overig
Ik hoor gynaecologie en verloskunde. Hoe zit het met de aansluiting van kraamzorg?De kraamzorg wordt volledig meegenomen in de gegevensuitwisseling. Op dit moment lijken er twee opties mogelijk: aansluiten bij de bovenregionale oplossingen die in gebracht worden in de regio of mee doen met de infrastructuur in de regio. Samen met de brancheorganisaties wordt een plan ontwikkeld om de bovenregionale organisaties hierin samen te laten oplopen in de ontwikkeling van de softwareaanpassingen die kraamleveranciers nodig hebben.
Zijn er geen kraambureaus aangesloten?Jazeker wel. In de vier regio’s die nu gestart zijn doen overal kraambureaus mee. Dit zijn regio Rijnmond, Noord Holland Noord, Noord Nederland en Amsterdam. Bij de voorbeeldimplementatie in Noord Holland Noord gaat eerdaags ook een kraambureau aangesloten worden (meer informatie).
Zijn er ook contacten met de leveranciers van de kinddossiers van de JGZ, zoals Kidos en KD+De contacten met de leveranciers van kinddossiers lopen via het NCJ. Topicus en Gino zijn bij het programmabureau aangesloten om mee te doen aan een onderdeel research en ontwikkeling.
Indien je met meerdere VSV’s werkt, hoe kies je (of waar hou je rekening mee met het kiezen van) een partnerschap?Je kunt dit het beste even bespreken met de ondersteuners in de regio. Het kan zijn dat je in één partnerschap bijv. een actievere rol aanneemt en bij een ander partnerschap meer op de achtergrond aanwezig bent. Het is wel goed om met beide VSV’s verbonden te blijven.
Technische aspecten en meer
In ons vsv doen we dit al heel lang, wat voor meerwaarde zouden wij kunnen krijgen (nav uitleg over kijken in elkaars systeem)Waarschijnlijk is dit binnen het VSV tussen de gynaecologen en de verloskundigen geregeld. De kraamzorg en JGZ dienen ook informatie met het gehele netwerk uit te wisselen. Dit kun je via dit traject nu ook ontsluiten. En een heel belangrijk onderdeel is dat we gegevens gaan uitwisselen naar het PGO van de client. Dit zijn grote investeringen die je niet per VSV of per praktijk gaat doen, maar waarvoor een regionale oplossing gekozen wordt (zie link).
Tav digitale snelweg: hoe ziet deze informatie uitwisseling er in de praktijk uit? Komt de informatie uit het ene dossier rechtstreeks digitaal in het andere dossier terecht op de juiste plek of moet je toch zelf de info nog overtypen?Waarschijnlijk is dit binnen het VSV tussen de gynaecologen en de verloskundigen geregeld. De kraamzorg en JGZ dienen ook informatie met het gehele netwerk uit te wisselen. Dit kun je via dit traject nu ook ontsluiten. En een heel belangrijk onderdeel is dat we gegevens gaan uitwisselen naar het PGO van de client. Dit zijn grote investeringen die je niet per VSV of per praktijk gaat doen, maar waarvoor een regionale oplossing gekozen wordt (zie link).
Komt de informatie direct in het dossier of moet er over getypt worden?Door middel van een ‘single sign on knop’ krijg je de geintegreerde geboortezorg informatie van de desbetreffende client in jouw scherm. Deze informatie wordt niet geïmporteerd, maar geviewd. Bij JGZ is wel sprake van importeren. Er is dus geen sprake meer van overtypen, want je hebt op elk moment de meest recente totale informatie in jouw eigen scherm beschikbaar (zie link).
Kun je iets meer vertellen over de technische architectuur?In de infographic wordt de modulaire opbouw in beeld gebracht. Ook worden de informatiestromen verder uitgelegd met infographics (zie link).
Hoe is de verhouding en rolverdeling tussen A. de informatiearchitecten van het ziekenhuis en B. de softwareleveranciers?De informatie-architecten en de softwareleveranciers zijn beide betrokken binnen het project. Een regionaal partnerschap kan de projectorganisatie verder inrichten. Dit zal een rol zijn voor de informatie-architecten en de regio kan deelnemen aan leverancierstafels.
Leren van regio’s/kennisdeling
In hoeverre is er gebruik gemaakt van de kennis van regio’s waar al een gemeenschappelijk dossier is in de geboortezorg (bv Qoqon -IGO regio Roosendaal)Een gemeenschappelijk dossier is een keuze en kan onderdeel zijn van de totale oplossing. Naast verloskundigen en gynaecologen dienen ook kraamzorgorganisaties en JGZ toegevoegd te worden. Op termijn wil je ook informatie uitwisselen met andere zorgverleners. En we gaan de gegevens ontsluiten naar het PGO van de client. Dit zijn een aantal stappen verder dan het hebben van één dossier met de verloskundigen en ziekenhuizen. De kennis hierover kan zeker gebruikt worden in de regio’s.
Zijn de technische oplossingen, bedacht in Noord Holland Noord bruikbaar in andere regio’s?Jazeker, alles wat ontwikkeld wordt vanuit VIPP Babyconnect is herbruikbaar en toe te passen in andere regio’s. Het kan wel zijn dat er andere leveranciers bij betrokken zijn en dat er nog ontwikkelingen of aanpassingen nodig zijn om het regionaal te kunnen gaan implementeren. Alle kennis is beschikbaar in het afsprakenstelsel interoperabiliteit geboortezorg.
Hoe voorkomen we een wildgroei aan verschillende oplossingen?Het is niet zo dat iedere regio een eigen technische oplossing bedenkt. Uitgangspunt is dat er volgens interoperabiliteitseisen informatie wordt uitgewisseld. Dit betekent over regio grenzen en op landelijk niveau toegankelijk. Voor sommige sectoren en leveranciers is het aansluiten op een regionaal netwerk voldoende om landelijke operabiliteit te realiseren. Voor andere sectoren en leveranciers zal een landelijke oplossing ingebracht worden in de regio. De verschillen in technische oplossingen hangen samen met de al aanwezige technische infrastructuur in een regio. Er is op VWS/politiek niveau besloten om geen landelijke dekkend netwerk te realiseren, maar regionale informatie landelijke te ontsluiten en uit te wisselen.
Financiën & kosten
Hoe is het bij jullie in het VSV geregeld rondom de kosten verdeling van Babyconnect? Tussen de diverse partijen.De projectsubsidie wordt ingezet voor het regionale partnerschap om de deelname en werking van de projectorganisatie, gevormd door de gezamenlijke VSV’s, te realiseren. Dit is puur voor de projectorganisatie. Het programmabureau Babyconnect financiert de voorbeeld /innovaties/ ontwikkelingen, zorgt voor handleidingen en kennisoverdracht voor implementaties. Deelname aan landelijke werkgroepen wordt met vacatievergoedingen door VIPP Babyconnect betaald. De aanvullende regionale implementatiekosten voor materiele kosten als software/abonnement/licentieverhogingen etc. zullen vanuit aanvullende financiering worden betaald door VWS. Op dit moment wordt dit verder uitgewerkt. Gedurende de aanvraagperiode wordt een clausule opgenomen dat de kosten aanvullend gefinancierd moeten worden, wil de implementatie gerealiseerd kunnen worden.
Is in Noord Holland duidelijkheid over de kosten, los van de subsidie? Dus ook kosten voor de 1e lijns praktijken?Ja, zie hiervoor het onderdeel kostenopbouw materiele kosten op de website van Babyconnect. Hier kan verdere uitleg over gegeven worden, neem daarvoor contact op met het programmabureau Babyconnect via info@carecodex.org.
Hoe hebben jullie in de regio de beoogde kosten kunnen vaststellen en deze concreet voorleggen aan bijv RvB?Bij de subsidieaanvraag van Noord Holland Noord hebben we besloten dat bedragen voor 70% van de deelnemers haalbaar moet zijn, anders gaan we in gesprek met VWS en ZN. Het bestuur is hier toen door een gynaecoloog over geinformeerd. De gynaecoloog heeft altijd de ICT manager erbij betrokken. In de voorbeeldimplementatie is ieder stapje voorgelegd met de daarbij horende kosten en met deze uitvoering ging het Raad van Bestuur akkoord. UIteindelijk kwam de verdere accordering vanuit de ICT afdeling.
Wordt dit allemaal gefinancierd vanuit de subsidie?De ontwikkeling en voorbeeldimplementatie door Babyconnect. De samenwerking en verdere implementatie vanuit de projectsubsidie. Voor verdere uitrol komt nog een aanvullende financiering voor materiele kosten, zie het onderdeel kostenopbouw materiele kosten op de website van Babyconnect.
Hoeveel aanvullende structurele kosten moet ik reserveren? Is er überhaupt sprake van positieve business cases?Wij verwijzen je hiervoor graag naar het onderdeel kostenopbouw materiele kosten op de website van Babyconnect. Neem contact op met de regio ondersteuners of met programmabureau Babyconnect.
Je noemt al een paar keer dat er heel veel inzicht is in de kosten. Waar hebben we het dan over?Concreet praten we over een indicatief bedrag van 29 euro per geboorte voor de aanvullende kosten voor de digitale uitwisseling van gegevens geboortezorg voor het gehele netwerk (verloskunde/gynaecologie/kinderarts/kraamzorg/JGZ/echo).
29 euro per geboorte. Is het ook 29 euro bij een zwangerschap die voor de 16 weken eindigd?In principe zou dit iets minder kunnen zijn, omdat er geen sprake is van overdracht naar JGZ en uitwisseling naar kraamzorg. Bij alle berekeningen zijn we uitgegaan van 170.000 geboortes per jaar.
De kosten door bijvoorbeeld de softwareleveranciers moeten toch nu al gemaakt worden, waardoor deze dat per definitie zullen doorbelast, dan is er toch geen escape als VWS of zorgverzekeraars dit in de toekomst niet vergoeden. Ik begrijp alleen dat je een clausule hebt omdat je dan niet zou voldoen aan de subsidie contracten.Daarom wordt er nu direct al met NZA gekeken naar opname van de kosten in het maximale tarief, nadat de implementatie is gerealiseerd en Babyconnect is afgerond. De transitiefase wordt d.m.v. de beleidsregel innovatie gefinancierd en parallel wordt gekeken welke structurele kosten in het reguliere tarief moeten worden opgenomen vanaf 2025.
Zitten alle overdrachten van en naar de JGZ hier dan ook bij? Dus ook overdragen van info naar en van de kinkhoesvaccinatie, het prenatale huisbezoek van de JGZ en de overdracht naar de kraamperiode?Kraamzorg wel, JGZ op dit moment niet volledig, enkel de overdracht naar JGZ. In het programma wordt nog wel naar de volledige overdracht gekeken en hoe dat gerealiseerd kan worden.
Dus: de kostenteller start vanaf de implementatiefase (€29) en daarna €14…(naar verwachting)Ja, vervolgens kijken we na de implementatiefase ook naar besparing in tijd als je ziet hoeveel tijdsbesparing de digitale overdracht je oplevert. Het resultaat van hogere kosten versus tijdswinst (op geaggregeerd niveau) wordt opgenomen in verhoging van het tarief.
Wie is de penvoerder?Dat is afhankelijk van je regio. Dit is óf een RSO óf een ROS óf een zelfstandige andere rechtsvorm die de gezamenlijke VSV’s/partijen vertegenwoordigt die meedoen.
Een software leverancier krijgt dus van de verschillende penvoerders in het land, verschillende bedragen?Eén deel is eenmalig voor de aanpassing in het systeem en wordt hergebruikt. Eén deel is voor de extra terugkerende activiteiten die per uitwisselingsvraag of voor onderhoud nodig zijn.
Zijn er dus geen extra kosten voor de hulpverleners, alle kosten worden gefinancierd?Dat is wel zoals het nu is opgezet en toegezegd door VWS en ZN. Wel zal er binnen het regionale partnerschap sprake kunnen zijn van een inzet zonder directe vergoeding Dat is wel zoals het nu is opgezet en toegezegd door VWS en ZN. Wel zal er binnen het regionale partnerschap sprake kunnen zijn van een inzet zonder directe vergoeding (eigen bijdrage; niet zozeer in geld maar in eigen inzet) Maar dat is verschillend per regio en partnerschap.