Informatieve bijeenkomst VSV bestuurders

Overzicht
Home > nieuws > Informatieve bijeenkomst VSV bestuurders

Op dinsdag 18 december jl. organiseerde CPZ een bijeenkomst voor VSV-bestuurders. Het werd een warme en volle maar vooral een informatieve en inspirerende bijeenkomst.

Namens VWS opende Lisette Bruns de bijeenkomst. Lisette blikte terug op het regeerakkoord van een jaar daarvoor. De hoofdboodschap daarin was ‘goede zorg voor iedereen’, ofwel zorg, preventie en welzijn op de juiste plek en op het juiste moment. Voor iedereen. In de geboortezorg werd hoog ingezet op het verder terugdringen van perinatale sterfte en een gezonde start voor moeder en kind. Cijfers laten zien dat er al mooie resultaten zijn behaald door de inzet van professionals.

Lisette stond uitgebreid stil bij het creëren van een kansrijke start. We willen meer kinderen deze start bieden. Juist de verbinding met het sociale domein is hier van groot belang. Binnen het actieprogramma Kansrijke Start komt er grotere aandacht voor kwetsbare zwangeren. In de regio worden lokale coalities opgericht die gaan inzetten op vroegsignalering. Er komt een financiële impuls voor GIDS (Gezond In De Stad) gemeenten; in deze gemeenten is het merendeel van de kwetsbare gezinnen woonachtig.

N.a.v. vragen uit de zaal beaamde Lisette dat de grenzen van de lokale coalities en de grenzen van de GIDS-gemeenten niet gelijklopen met de grenzen van de VSV’s. Ondanks deze uitdaging verzocht Lisette de aanwezigen contact te leggen om daarna afspraken te maken met de lokale coalities Kansrijke Start en met de GIDS-gemeenten.

Babyconnect’s Susanne Zuidhof presenteerde de huidige stand van zaken omtrent het actieprogramma Babyconnect. Babyconnect geeft handen en voeten aan de door VWS toegekende subsidie om het uitwisselen en delen van informatie tussen zorgverleners en patiënten mogelijk te maken door koppeling te realiseren tussen hun eigen systemen. Het resultaat is een viewer waarmee relevante gegevens opvraagbaar worden. Uiteraard staat de cliënt centraal; de zwangere blijft in control.

Er is inmiddels een online hulpmiddel beschikbaar dat je helpt met de voorbereiding van de subsidieaanvraag om gegevens digitaal te delen. ‘Samen’ is daarbij het kernwoord: je kunt een beroep doen op de subsidie als je met ten minste 3 VSV’s bent. VSV’s mogen meerdere regio’s vertegenwoordigen, er kunnen verschillende disciplines meedoen. Meerdere RSO’s mogen vertegenwoordigd zijn; het liefst gevormd binnen een RSO. Je kunt ook een samenwerking binnen je consortium opzoeken.

Susanne sloot af met de belofte dat ze graag een presentatie komt geven binnen een regio wanneer er ten minste 3 VSV’s bijeen zijn.

Zie ook de website van Babyconnect: www.babyconnect.org

Dineke Moerman (College Perinatale Zorg) vertelde over de stand van zaken omtrent de uitvoering van de preventieagenda voor de geboortezorg. Voor een goede start is de geboortezorg ongelooflijk belangrijk: Niet alleen omdat 170.000 gezinnen per jaar in aanraking komen met professionals in de geboortezorg, ook omdat zwangerschap en geboorte een life event is waarin mensen vaak ‘open staan’ voor verbeteren van leefstijl en op de persoon toegesneden hulpverlening. Dineke beargumenteerde dat een goede start latere gezondheidsproblemen bij de moeder, het kind en eventuele volgende kinderen kan voorkomen. Ook in 2019 zal een groot aantal acties en initiatieven worden uitgerold. Uiteraard in verbinding met het programma Kansrijke Start en in aansluiting op het Preventieakkoord. Bijvoorbeeld als het gaat om de gezamenlijke ambitie om het aantal rokende zwangeren in 2020 fors terug te dringen. Dineke bepleitte de continue verbinding met het sociale domein. “Een Goede Start is een maatschappelijke verantwoordelijkheid”.

Marleen Kruijt (eveneens CPZ) verhaalde over de implementatie van de zorgstandaard in de regio’s.  Duidelijk werd dat de CPZ-ladder niet meer in gebruik is. De tool is geëvalueerd en ontwikkeld tot de VSV Spiegel. Inmiddels is ook de VSV-Spiegel weer herzien. Het resultaat is een praktisch en slim instrument dat makkelijk hanteerbaar is. De nieuwe spiegel bestaat uit twee online vragenlijsten, de zogenaamde “Quickscan” en de “Integratiemeter.” Het geeft snel inzicht in hoe de samenwerking verloopt binnen je VSV, hoe de stand van zaken is van de integrale samenwerking en welke stappen er nog genomen moeten worden om hiertoe te komen. 

Dit uit twee vragenlijsten bestaande instrument toont hoe de samenwerking verloopt binnen je VSV op diverse thema’s. Denk daarbij aan ambitie, relatie, belangen, proces en organisatie.
Ook geeft het instrument aan in hoeverre het samenwerkingsverband geïntegreerd werkt en aan welke thema’s aandacht moet worden besteed om verder te kunnen ontwikkelen. 

Marleen liet de aanwezigen het verschil met de implementatietool Zorgstandaard zien: Een uitgebreide tool om VSV’s te ondersteunen bij de implementatie van de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg. De tool is te gebruiken om de voortgang van de implementatie te monitoren; informatie terug te vinden over de verschillende te implementeren onderdelen; om praktijkvoorbeelden, handreikingen, richtlijnen in te zien en om webinars en digitale spreekuren terug te kijken.

Tot slot de primeur van een gloednieuwe tool: De VSV toolkit. Deze toolkit is met ingang van het nieuwe jaar te gebruiken en helpt die VSV’s die hun organisatie verder willen professionaliseren. Deze toolkit gaat juist niet in op zorginhoud, betoogde Marleen. Deze tool helpt je het VSV te organiseren en formaliseren en gaat in op onderwerpen als organisatie- en projectstructuur, organisatiecultuur en vaststelling van strategie.

Ga naar www.vsvtoolkit.nl

Namens de Consortia zwangerschap en geboorte sloot Hanneke Torij de bijeenkomst. Hanneke refereerde aan ‘Een Goed Begin’ en vertelde dat ZonMW, als subsidieverstrekker in de Gezondheidszorg, naar aanleiding van dat rapport, in 2013 10 regionale consortia heeft opgericht. Deze consortia doen samen onderzoek en versterken het kennisnetwerk in de geboortezorg. Deze regionale kennisinfrastructuren creëren breed draagvlak, informatie, wetenschappelijke output en concrete producten zoals een predictiemodel diabetes en regioprotocollen.