Minder keizersneden en ruggenprikken door continue inzet van kraamverzorgenden bij bevalling

Overzicht
Home > nieuws > Minder keizersneden en ruggenprikken door continue inzet van kraamverzorgenden bij bevalling

Uit onderzoek vanuit het Maastricht UMC+ en de Academie Verloskunde Maastricht blijkt dat het continue begeleiden van de barende vrouw door de kraamverzorgende leidt tot minder keizersneden en ruggenprikken. Bovendien duurt de bevalling korter en beleven vrouwen deze positiever. Het bespaart daarmee kosten maar ook leed door al dan niet bijkomende complicaties. Kraamverzorgenden kunnen deze continue begeleiding prima bieden, blijkt uit klinisch vergelijkend onderzoek in Limburg.

Continue begeleiding: advies uit 2010

De Stuurgroep Zwangerschap en geboorte adviseerde in haar rapport Een goed begin (2010) al om elke zwangere continue begeleiding aan te bieden. Ze deed daarbij de aanbeveling om dit bij laag-risico zwangeren door een kraamverzorgende te laten doen en bij hoog-risico zwangeren door Obsterie & Gynaecologie-verpleegkundigen. “En toch komt continue begeleiding niet van de grond”, vertelt Liesbeth Scheepers, gynaecoloog en universitair hoofddocent Obstetrie & Gynaecologie Maastricht UMC+: “In het ziekenhuis kan niemand zich uren achtereen vrijmaken om naast een barende te blijven zitten. Verloskundigen willen dat wel heel graag, maar kunnen het niet waarmaken. Als er tijdens je dienst meer vrouwen tegelijk bevallen, moet je de aandacht nu eenmaal verdelen.” En dus krijgt zeventig procent van de vrouwen geen continue begeleiding door gebrek aan tijd en menskracht.

Minder leed en lagere kosten

Minder medische ingrepen levert een aanzienlijke kostenbesparing op, terwijl vrouwen ook leed bespaard blijft. De kostenevaluatie laat zien dat de inzet van kraamverzorgenden leidt tot een kostenbesparing van circa 180 euro per bevalling. Hierbij zijn alle zorgkosten voor en na de bevalling en de kosten voor continue zorg tegen elkaar afgewogen. Scheepers: “Medische ingrepen brengen ook weer nieuwe risico’s mee. Na een keizersnede is de kans op complicaties bij de volgende bevalling veel groter. Deze vindt daarom in de tweede lijn plaats.”

Standaard zorg van maken

De kraamzorgorganisaties hopen dat ze deze zorg in de toekomst standaard kunnen aanbieden. “Nu we weten dat dit werkt, wil je dit aan iedere zwangere aanbieden!”, vindt Scheepers. “Op dit moment is er een tweedeling gaande waarbij vrouwen die zich dit kunnen veroorloven, zelf ondersteuning regelen van een doula. Dat is een onwenselijke situatie, want deze ondersteuning zou voor iedereen toegankelijk moeten zijn. Het voordeel van kraamverzorgenden is dat zij geregistreerde geboortezorgprofessionals zijn en samenwerken met de verloskundig zorgverleners. Wij gaan nu kijken hoe we deze rol nog beter kunnen afstemmen op de behoefte van zowel zwangere vrouwen als kraamverzorgenden. Ik hoop dat ons onderzoek aanleiding geeft aan de zorgverzekeraars om deze continue zorg door kraamverzorgenden standaard te gaan vergoeden.”

Het Maastricht UMC+ en de Academie Verloskunde Maastricht doen samen met Limburgse kraamzorgcentra, Zuyderland en Viecuri onderzoek naar de kosteneffectiviteit van continue zorg voor en begeleiding van zwangere vrouwen door kraamverzorgenden. Het onderzoek is uitgevoerd door Liesbeth Scheepers, gynaecoloog van het Maastricht UMC+, Marianne van Nieuwenhuijze, lector aan de Academie Verloskunde Maastricht en onderzoeker Adrie Lettink, arts-assistent gynaecologie van het Maastricht UMC+.  Naast het Maastricht UMC+ en de Academie Verloskunde Maastricht doen ook de Limburgse kraamzorgcentra Zuyderland en Viecuri mee aan het onderzoek. ZonMw heeft het onderzoek gefinancierd.

Het hele artikel kun je lezen op de website van ZonMw