“Een goede samenwerking leidt tot meer dan de som van individuele professionals”

Overzicht
Home > nieuws > “Een goede samenwerking leidt tot meer dan de som van individuele professionals”
Interview met Maaike Boerema – Van der Heide en Lennart van Zellem over het rapport “Samenwerking tussen kraamzorg, eerstelijns verloskundigen en de jeugdgezondheidszorg”

Door Sabine van Aken

SvA: Deze week is het onderzoek over samenwerking tussen de kraamzorg, eerstelijns verloskundigen en de jeugdgezondheidszorg gepubliceerd. Wat is jullie belangrijkste conclusie?

MBH: Onze belangrijkste conclusie is dat je in de samenwerking zo veel meer kunt als je samen optrekt. Onze aanbeveling is dat je klein moet beginnen.

LvZ: Het is duidelijk  dat de verschillende domeinen heel veel aan elkaar (kunnen) hebben. We hebben dat ook  gezien; er gebeurt al veel. En dat staat niet altijd op papier of dat past niet altijd in het juiste hokje. Maar het is duidelijk dat samenwerking veel oplevert.

MBH: Onze aanbeveling is om elkaar op te zoeken, elkaar te leren kennen.

 

SvA: Maar dan begint het pas, toch?

MBH: ja en nee. Als je elkaar hebt opgezocht is de eerste stap immers gezet. Het is belangrijk om elkaar te kennen, elkaar te kunnen bereiken, elkaar te vertrouwen. Pas als die onderstroom, de zachte kant, aandacht heeft, kun je werken aan een gezamenlijke visie.

LvZ: Om tot een duurzame samenwerking te komen, is het maken van afspraken erg belangrijk: hoe gaan wij de dingen doen? Wie heeft regie? Hoe verdelen we de taken? Hoe is onze overlegstructuur?

 

SvA: Zijn er randvoorwaarden om rekening mee te houden?

LvZ: jazeker, en het is ook goed om deze te adresseren. Of het nu gaat om het uitwisselen van gegevens of het creëren van een duurzame financiering… Hier blijkt in heel veel samenwerkingen mee geworsteld te worden.

 

SvA; hoe hebben jullie jullie onderzoek aangepakt?

MBH: We zijn begonnen met onze vraagstelling. Wat willen we nu precies weten? Vervolgens zijn we (diep!) de literatuur ingedoken. We hebben 98 websites doorgespit en daaruit 1256 potentiële leads gedestilleerd. Eigenlijk was alleen al het feit dat het er zovéél waren en dat ze niet uniform waren een ontdekking op zich. Als je alleen al praat over interpretatieverschillen, betekenisverschillen…. Er is letterlijk een wereld te winnen door alleen al te begrijpen welke “taal” de ander spreekt…

 

SvA: Je hebt ook naar de uitkomsten van een focusgroep gekeken?

LvZ: Ja, dezelfde thematiek is met deelnemers van verschillende beroepsgroepen besproken. Uit de antwoorden hebben we belemmerende factoren en bevorderende factoren gedestilleerd. Een erg interessante exercitie waarin ervaringen zijn uitgewisseld en waarin zowel beleid als praktijkervaringen voorbij kwamen.

MBH: De focusgroep was een goede aanvulling. Er gebeurt – zoals Lennart net al aangaf – immers meer dan dat er op papier staat. Het gaat ons om de samenwerking, niet om de publicatie over die samenwerking.

LvZ: De verschillende zorgprofessionals in de beroepsgroepen werken veelal individueel. Om écht samen te gaan werken is een grote stap. Uit de literatuur blijkt dat 1 + 1 = 3, maar om die enorme potentiële winst naar de praktijk te brengen is nog wel wat nodig: er moet echt geïnvesteerd worden.

MBH: Dat een samenwerking nu vreemd is, nieuw, voor wat wantrouwen of onwennigheid zorgt, neemt niet weg dat professionals elkaar vinden in een gemeenschappelijk doel: de beste zorg voor moeder en kind. Daarom is ons belangrijkste advies: begin klein met een groepje enthousiaste mensen en bouw van daaruit verder.


Lennart van Zellem is Jeugdarts KNMG bij de GGD in Amsterdam. Lennart is, naast praktiserend arts op het terrein van maatschappij en gezondheid, ook onderzoeker. Hij is gepromoveerd op het lang-termijn functioneren na ernstige ziekte op de kinderleeftijd.Maaike Boerema – Van der Heide heeft ruime ervaring in de Kindergeneeskunde en in de Jeugdgezondheidszorg opgedaan. Als jeugdarts ligt haar speciale interesse rond de eerste 1000 dagen van elk kind. Maaike is in 2019 gestart met de opleiding tot Arts Maatschappij en Gezondheid, momenteel tijdelijk onderbroken voor een verblijf in Tanzania met haar gezin. 

16 gouden tips voor samenwerking tussen de eerste lijn en de jeugdgezondheidszorg

  1. Ontmoet elkaar en leer elkaar kennen. Dit bevordert wederzijds vertrouwen.
  2. Maak weerstand of gebrek aan vertrouwen bespreekbaar. Zonder vertrouwen is er geen samenwerking mogelijk.
  3. Zorg dat je snel voor elkaar bereikbaar bent, zowel als professionals onderling als op organisatieniveau.
  4. Begin met kleine niet-complexe inhoudelijke projecten met een groepje gemotiveerde mensen.
  5. Ga samen consulten uitvoeren. Samen uitvoerend werk verrichten is de ultieme manier om elkaar (vakinhoudelijk) te leren kennen.
  6. Creëer een gezamenlijke visie op basis van gezamenlijke verantwoordelijkheden en gevoel van urgentie. Dit is nodig voor het stellen en helder formuleren van doelen die met de samenwerking bereikt willen worden.
  7. Maak afspraken over de taakverdeling, besluitvormingsprocedures en verantwoordelijkheden. Doe dit in alle lagen van een organisatie
  8. Zorg voor een duidelijke regiestructuur en leiderschap die rekening houdt met de verschillen in belangen.
  9. Maak tijd voor structurele evaluatie van de afgesproken doelen en reflectie op het eigen handelen.
  10. Heb oog voor de niet-organisatorische voorwaarden ook wel ‘zachte’ voorwaarden. Conflicten zijn een normaal onderdeel van het samenwerkingsproces en helpen om uiteindelijk tot meer overeenstemming te komen.
  11. Wees bewust van de complexiteit van de verschillende financieringsstromen en belangen. Denk al in vroeg stadium na over tijdsinvestering, nu en in de toekomst, als de samenwerking meer complex gaat worden, en hoe dit bekostigd gaat worden.
  12. Indien een samenwerking groot en langdurig van aard is dan gaat dit gepaard met een hogere complexiteit en heeft om die reden (interne/externe) begeleiding nodig.
  13. Om de samenwerking te optimaliseren zijn afspraken over en verbetering van digitale gegevensregistratie en uitwisseling een voorwaarde.
  14. Zorg voor borging van de samenwerking, ook als financieringsstromen en het (lokale/landelijke) politieke landschap veranderen.
  15. Zorg voor uniformiteit in aanbod van screeningsinstrumenten, interventies en informatievoorziening in een regio.
  16. Laat de politiek voor je werken. Zet in op het vrijmaken van financiële middelen voor samenwerking. Reken niet af op harde meetbare doelen, maar zorg voor de middelen om samenwerking verder te brengen. Dit zal in de toekomst geld opleveren.