Ginel van Weering: “een integraal zorgbedrijf vraagt visie, kennis en ondersteuning”

Overzicht
Home > nieuws > Ginel van Weering: “een integraal zorgbedrijf vraagt visie, kennis en ondersteuning”

Ginel van Weering was sinds 2013 bestuurder van Naviva Kraamzorg. Namens Bo Geboortezorg had zij sinds mei 2016 zitting in het bestuur van het College Perinatale Zorg, waarvan grotendeels als penningmeester in het Dagelijks Bestuur. Per 1 oktober van dit jaar is Ginel voorzitter van de Raad van Bestuur van Bevolkingsonderzoek Nederland. Daarmee is ook een einde gekomen aan de bestuursperiode bij het CPZ. Binnen het CPZ bestuur is vastgesteld dat afscheid is genomen van een bevlogen bestuurder, een gepassioneerd leider en een strategisch voorvechter van de integrale geboortezorg…

SvA: Hoe kijk jij terug op de afgelopen jaren in het CPZ bestuur?

GvW: Er is in de integrale geboortezorg heel veel gebeurd. Voor mij persoonlijk gold dat ik het belangrijk vond om vanuit de kraamzorg een bijdrage te leveren op landelijk niveau, ten behoeve van het grote goed. Juist om met elkáár een belangrijke opdracht van VWS uit te voeren: ik vond dat gaaf. Ik kijk terug op een roerige start. Vier jaar geleden werd er nog veel via de pers en op straat uitgevochten. Het was veel wij en zij. Maar dat CPZ bestuur vond elkaar wél. Het was een mooie groep. Zeker na de komst van Geri (Bonhof, voorzitter bestuur CPZ SvA) en Dineke (Moerman, directeur CPZ SvA) vonden we met elkaar de haakjes om te gaan bouwen.

SvA: Hoe zie jij de toekomst van het CPZ bestuur?

GvW: We hebben altijd gezegd dat we onszelf overbodig moeten maken, maar zover is het nog niet. Misschien dat er ooit eens naar een andere governancestructuur gekeken kan worden, maar vooralsnog is het CPZ nog nodig. Het is niet makkelijk om een goed draaiend VSV neer te zetten: een integraal zorgbedrijf vraagt visie, kennis en ondersteuning.

SvA: Wat is de grootste verdienste van de Kraamzorg?

GvW: 6 jaar geleden stond de kraamzorg met één been buiten de basiszorg. Een waanzinnig bedreigende situatie, die uiteindelijk goed uitpakte: de kraamzorg verenigde zich. Nauwgezet hebben we de toegevoegde waarde van de kraamzorg vertaald naar een duidelijke boodschap. En – wat heel belangrijk bleek – : omdat binnen de grotere kraamzorgorganisaties de zorg en de organisatie gescheiden zijn, werd de kraamzorg een georganiseerde en belangrijke gesprekspartner binnen de integrale geboortezorg.

De aansluiting bij de JGZ is nu zonder meer de grootste uitdaging voor de geboortezorg.

SvA: Wat wordt nu de grootste uitdaging voor de geboortezorg?

GVw: De aansluiting bij de Jeugdzorg. Zonder meer. Het is een organisatorisch ingewikkelde brug die gebouwd moet worden. De financieringsstromen zijn gescheiden. De JGZ heeft te maken met WMO, met gemeenten. En toch moet die brug gebouwd worden. Het is van het allergrootste belang dat de kwetsbare zwangeren of bijvoorbeeld de zorgmijders niet in dat gat van die vier weken na de bevalling vallen. Vier weken duurt het voordat je voor het eerst naar een consultatiebureau gaat! Als we het nu hebben over preventie, als we het hebben over het verbeteren van de kwaliteit van geboortezorg, dan valt daar nog zoveel winst te behalen. In de geboortezorg zien we iedereen! Dat moeten we beter gaan organiseren met elkaar.

SvA: Wat is jouw wens voor de geboortezorg?

GvW: Ik vind het heel belangrijk dat de eigen bijdrage op de kraamzorg verdwijnen. We hebben immers een prachtig toegankelijk integraal geboortezorgveld ingericht. We werken meer en meer naadloos samen. De client staat centraal. En dan – helemaal op het laatst – werpen we financiële drempels op voor hen die het het slechts kunnen hebben. Ik vind echt dat die drempels eraf moeten. Als wij kwetsbare zwangeren willen begeleiden is het juist van belang dat kraamzorg, aangetoond noodzakelijke zorg, zoveel mogelijk toegankelijk moet zijn.

SvA: En dan nu Bevolkingsonderzoek Nederland!

GvW: Waar ik met grote energie mijn tanden in zet. Nieuwe bestuurlijke uitdagingen in een snel veranderend zorglandschap.
Maar nu, op deze plaats, wil ik graag afsluiten met deze woorden: Dat ik bestuurslid was van het CPZ heeft mijn tijd in de geboortezorg verrijkt. Het was een voorrecht. Ik heb de samenwerking met de ketenpartners als heel speciaal ervaren. Ik ben een dankbaar mens.<

Sabine van Aken, november 2020