Arie Franx: “Luisteren naar de patiënt”

Overzicht
Home > nieuws > Arie Franx: “Luisteren naar de patiënt”

Arie Franx is als hoogleraar Verloskunde verbonden aan het Erasmus MC. Sinds 2016 maakt hij deel uit van het CPZ bestuur.

SvA: Je bent momenteel de langstzittende CPZ bestuurder…

AF: Ik ben begin 2016 tot het CPZ bestuur toegetreden. Een goede periode. De opbouw naar een sterk bureau en een sterk bestuur, met een gezamenlijk doel en een gezamenlijk plan van aanpak.

SvA: Doel je nu op de gezamenlijke strategische agenda voor de integrale geboortezorg ‘Samen bevalt beter!’?

AF: jazeker. Een mooie, ambitieuze agenda en bovendien door alle geboortezorgpartijen onderschreven. Ondanks het feit dat de agenda door alle partijen is vastgesteld, is de gezamenlijkheid echter niet altijd vanzelfsprekend. De agenda wordt in mijn beleving te vaak gezien als de agenda van het CPZ en in het veld niet primair als “mijn” agenda. En daar verzet ik me tegen. Het veld, wij allemaal, moeten ons veel meer met CPZ vereenzelvigen. Gebrek aan commitment vormen hobbels op de weg van de voortgang.

SvA: De agenda heeft als ondertitel ‘Agenda voor de Geboortezorg 2018 -2022. Dat betekent dat we nu halverwege zijn?

AF: Als ik naar de eerste ambitie kijk, waarin we ons tot doel stellen om tot één gedragen set uitkomstindicatoren te komen en dat we internationaal moeten kunnen benchmarken, dan zie ik grote ontwikkelingen. De pilot met de uitkomstenset Zwangerschap en geboorte van ICHOM levert zeer belangrijke inzichten op. Als het gaat om uitkomsten, noteert de professional de belangrijkste biomedische gegevens, bijvoorbeeld of sprake was van een abnormaal grote nabloeding. De zwangere ziet echter heel andere zaken in als belangrijke uitkomsten: het wel of niet ontwikkelen van een depressie, of het is gelukt met borstvoeding, of zij wel of niet incontinent is, of ze zich een goede moeder voelt en of zij, en dat vergeten we nog wel eens, voldoende inspraak heeft gehad in het zorgproces. Dat leert ons dat de patiënt echt nodig is om de zwangerschaps- en geboortezorg echt te verbeteren. Niet alleen als het gaat om haar eigen zwangerschap en bevalling.  Zij moet ook aan tafel zitten bij het ontwerp van de zorg; bijvoorbeeld als het gaat om het creëren van een set uitkomstindicatoren.

SvA: Met die uitspraak is de brug naar de tweede ambitie, “de cliënt als gelijkwaardig partner”, snel gemaakt.

AF: Ik ben ervan overtuigd dat de patiënt (of de cliënt, zo je wilt) vanaf de eerste stap betrokken moet zijn. Als het proces vanuit co-creatie wordt ingericht, zijn de uitkomsten vele malen beter. Voor ons als branche helpt het denken van de cliënt ook om het proces veel beter integraal vorm te geven.

SvA: Waar staan we met de derde ambitie, ‘een doelmatig, solidair en goed functionerend netwerk’?

AF: Deze ambitie gaat over samen verantwoordelijkheid nemen. Een voorbeeldrol invullen. Daar mogen we met elkaar echt nog wel een stap zetten. Ik ervaar dat veel partijen soms toch afstand nemen. Ik zou persoonlijk graag een tafel voor het integrale netwerk hebben, waar je de zorg samen kunt neerzetten. En dan uiteraard via de route van de cliënt. De zorg is immers van de burger.

SvA: Wat is jouw wens voor de geboortezorg?

AF:  De geboortezorg zou zich meer moeten richten op de waarde voor de patiënt, dus wat de patiënt belangrijk vindt. Dat betekent ook maatwerk, want elke patiënt heeft haar eigen waarden. Ik denk wel eens dat we door alle protocollen en standaarden van de laatste decennia de patiënt uit het oog verloren zijn.  We handelen volgens stringente regels, we werken langs de lijn van de richtlijnen. Als we luisteren naar de patiënt dan horen we geregeld dat er ook andere wegen zijn. Daar moeten we meer naar gaan luisteren. Ik verwacht dan dat we dan af en toe ook minder kunnen gaan behandelen, en meer kwaliteit van leven verbeteren en ineffectieve zorg terugdringen.

SvA: Loopt waardegedreven zorg wat jou betreft parallel aan integrale zorg?

AF: Ja, helemaal. Een patiënt ervaart de grootste waarde als haar persoonlijke zorgpad naadloos verloopt. Integraal werken móét. Daar heb ik geen twijfel over. <

September 2020, Sabine van Aken