Interview voorzitter Geri Bonhof

‘Ik kan heel goed relativeren’

Een verbinder pur sang, dat is de beste omschrijving van Geri Bonhof, de nieuwe voorzitter van het College Perinatale Zorg. ‘Maar ik ben ook iemand die - met behoud van de relatie - de confrontatie aangaat. Alleen verbinden, dat wordt te soft.’

Het klinkt als de juiste vrouw op de juiste plek. Want een verbinder kan het CPZ wel gebruiken na het afgelopen roerige jaar waarin de KNOV het vertrouwen in het College had opgezegd. De media sprongen er bovenop en wekenlang leek het alleen maar over gebrouilleerde gynaecologen en verloskundigen te gaan. Al betwijfelt Bonhof of het wel zo stormachtig was als het leek. ‘Ik kan heel goed relativeren, problemen ontdoen van de waan van de dag door de vraag te stellen: ‘Waar gaat het eigenlijk over?’’

Met haar relativerende en verbindende vermogen schoof Bonhof de afgelopen maanden aan bij alle betrokken partijen in de geboortezorg. Met haar aanstelling voor een dag in de week, draaide Bonhof drie maanden lang overuren in een organisatie die nogal wat mankracht miste. Met het vertrek van directeur-voorzitter Chiel Bos verdwenen twee functies in een keer, maar vanaf 1 maart krijgt Bonhof versterking van directeur Dineke Moerman. Ook wordt er hard aan gewerkt om het bureau weer op volle sterkte te krijgen. En dat is maar goed ook, aldus Bonhof: ‘Er is zoveel werk aan de winkel, iedereen staat in de juiste stand en we willen aan de slag.’

Hoe heeft u de gesprekken de afgelopen maanden aangepakt?

‘Ik probeer persoonlijk en zakelijke belangen altijd uit elkaar te halen, want dat loopt nogal eens door elkaar. In deze sector is dat een historisch gegeven. Ik was blij verrast over de openheid waarmee alle gesprekspartners mij tegemoet traden, maar het heeft mij ook verbaasd wat partijen allemaal over de problematiek vertelden. Daarom heb ik van begin af aan gezegd: Alles wat je over elkaar aan mij vertelt, moet je ook tegen elkaar vertellen. En ik heb aangegeven dat de gesprekspartners mij met vragen kunnen bellen. Dat werkte goed.’

Zijn de onderlinge verhoudingen weer hersteld?

‘Er heerst nog steeds een zekere mate van wantrouwen, maar dat is ook niet vreemd. Ik heb tijdens mijn vijftien jaar in het HBO Onderwijs twee grote crises meegemaakt die in de Tweede Kamer terechtkwamen: de hbo-fraude en de affaire InHolland. Zodra het Haagse zich ergens mee bezighoudt is alle rust weg uit een sector. Maar als de geboortezorg gaat accepteren dat partijen nou eenmaal verschillende belangen hebben en iedereen op tafel legt waarmee hij zit, dan kun je weer tot elkaar komen.’

Wat is uw rol in het samenbrengen van gebrouilleerde partijen?

‘Je moet bereid zijn om achter de motivatie van verschillende standpunten te komen. Als je dat weet te achterhalen kun je het gesprek aangaan. Ik heb ervaren dat wanneer emoties heel hoog zijn oplopen, niet meer te redeneren valt. Daarom moet je er vroeg bij zijn.’

Wat zijn uw eerste conclusies?

‘De sector is nog heel erg gefocust op de perinatale sterfte. Dat is uiteraard waarom het CPZ in het leven is geroepen, maar persoonlijk vind ik de morbiditeit ook heel belangrijk. In het verleden heb ik gewerkt als remedial teacher, dan heb je onder meer te maken met kinderen die bij de geboorte schade hebben opgelopen, dus ik ben me bewust van de impact daarvan. Daarom is het belangrijk om samen te werken met de jeugdgezondheidszorg en meer aandacht te hebben voor preventie.’

Heeft u al een idee over preventie?

‘Bij preventie gaat het om het aansluiten bij de leefwereld en het netwerk van vrouwen met lagere gezondheidsvaardigheden. Het is belangrijk dat de geboortezorg aansluit bij de mensen die in contact staan met deze groep vrouwen. Dat zal in elke stad of buurt anders zijn. Ik denk bijvoorbeeld aan wijkverpleging of buurtzorg, het consultatiebureau, kraamzorg en maatschappelijk werk? Ook zou ik heel graag studenten bij het opzetten van preventie willen betrekken. Het staat in ieder geval vast dat het team integrale zorg dit niet alleen kan regelen.’

Hoe ervaart u de overstap van het onderwijs naar de gezondheidszorg?

‘Ik ben hier niet helemaal toevallig terechtgekomen, na zoveel jaar onderwijs wilde ik graag iets anders en de gezondheidszorg past bij me omdat het dezelfde maatschappelijke raakvlakken heeft. Wat ik ingewikkeld vind is hoe de gezondheidszorg wordt gereguleerd. Er zijn zoveel partijen die een rol spelen: de Inspectie voor de Gezondheidszorg, het Zorginstituut, de NZa, de NMa, de zorgverzekeraars en het ministerie van VWS. Ik mis een consistent beleid waar alle partijen achter staan. In plaats daarvan zijn er veel verschillende standpunten en zijn partijen het niet altijd met elkaar ineens. Om te laten zien waar het CPZ staat willen we tot een aantal standpunten over de geboortezorg komen die los staan van wat andere partijen vinden.’

U bent van huis uit docent lichamelijke opvoeding. Had u tijdens die studie al grootse ambities over uw loopbaan?

‘Nee, mijn carrière is grotendeels vanzelf zo gelopen. Als meisje wilde ik medicijnen studeren, maar mijn vader was kolenboer en ik was de eerste uit de familie die ging studeren. Het was een zware tijd, aardgas kwam en mijn vaders bedrijf werd gesloten. Een lange universitaire studie was niet gebruikelijk in ons gezin en mijn vader vond dat een lerarenopleiding voor een meisje altijd een goed loopbaanperspectief bood. Dan kon je immers ook parttime werken. Toen ik de ALO had afgerond wilde ik verder studeren, dat werd Pedagogische Wetenschappen. Eenmaal aan het werk ontstond mijn interesse in het schoolleiderschap en van daaruit klom ik steeds verder. Ik ben absoluut trots op het verloop van mijn carrière. Ik ben in 1954 geboren en mijn loopbaan is een typisch verhaal van de kansen die vrouwen vanaf toen kregen. Maar ik heb ook het geluk gehad dat ik die kansen kon pakken.’

Interview door Anouk Brinkman in opdracht van het College Perinatale Zorg (januari 2017)

Home Home
Actueel
KennisbankConsortiaCPZ TaskforcePreventie
Over CPZ
Inloggen
Ik wil bijdragen:
Sluiten