Terugblik jaarcongres 2016

Pioniers, ‘ketengezang’ en interprofessionele aanpak

De vijfde editie van het CPZ Jaarcongres, vakkundig geleid door tv-journalist Pieter Jan Hagens, maakt net als vorig jaar duidelijk dat het langzaam beter gaat met de geboortezorg in Nederland, maar zorgeloos is de toekomst nog niet. De pioniers bieden echter hoop op goede tijden.

De geslaagde vrolijke, lichte noot die in het Hilversumse MCO-gebouw wordt vertolkt door cabaretgroep MiER en Reint Jan Renes, lector crossmediale communicatie in het publieke domein aan de Hogeschool Utrecht, past geheel in de positief-kritische sfeer tijdens het CPZ Jaarcongres. De sector zit na een roerige en emotionele periode in woelig vaarwater, wat onder andere van Geri Bonhof de nodige stuurmanskunst vraagt. Ze is sinds 1 oktober de nieuwe voorzitter van het CPZ, na een lange carrière in het onderwijs – onder andere als bestuursvoorzitter van de Hogeschool Utrecht, vicevoorzitter van de Vereniging Hogescholen en lid van de Onderwijsraad.

Een eerste ‘rondje langs de velden’ heeft haar in twee opzichten gefrappeerd: “Er is een enorme openheid, maar ook dat over elkaar wordt gesproken zonder elkaar te spreken… Ik snap dat sommige processen pijn doen, maar de problematiek in de zorgsector – samenwerken en hoe dat te bekostigen? – is bepaald niet uniek. Mijn ervaring in het onderwijs kan ik goed gebruiken,” aldus Bonhof, die benadrukt dat “de focus op het terugbrengen van het babysterftecijfer weliswaar heel belangrijk is, maar er gebeurt daarna ook heel veel. Morbiditeit is minstens zo belangrijk.”

Haar boodschap richting dagvoorzitter Pieter Jan Hagens (“Als vader van een zoon en een dochter een passief ervaringsdeskundige”) en de goed gevulde zaal komt luid en duidelijk door: “Luister naar elkaar, zeg het niet alleen tegen mij, maar ook tegen anderen. In deze sector zitten veel potentiële belangenconflicten, wees daar transparant en eerlijk over.”

Kinderschoenen

Dat doen ook degenen die onder het motto ‘Preventie en preconceptiezorg’ zes voorbeelden uit de regio presenteren onder leiding van arts en hoogleraar Koos van der Velden. Hij was voorzitter van de Stuurgroep Zwangerschap en Geboorte, die in 2009 het rapport Een Goed Begin heeft opgesteld. Aan deze stuurgroep namen nagenoeg alle partijen in de geboortezorg deel en had als opdracht voorstellen te ontwikkelen om de relatief hoge babysterfte in Nederland terug te dringen. Op basis van het rapport zijn in heel Nederland initiatieven genomen om de samenwerking te verbeteren. “Preconceptiezorg staat in Nederland eigenlijk nog in de kinderschoenen,” constateert Van der Velden. “In het veld zijn heel veel goede initiatieven ontstaan, maar de uitdaging zit in de organisatie. Wanneer zetten we wat in? En heel belangrijk: VSV’s moeten de verbinding gaan zoeken met de diverse gemeente-instanties. Ik ken voorbeelden waar het gebeurt, maar het is niet systematisch; er is te veel fragmentatie.”

Het Regionaal Consortium Zwangerschap & Geboorte Zuidwest Nederland zit alvast op het juiste spoor, meldt Hanneke Torij, lector verloskunde en geboortezorg en projectleider. Het consortium heeft een blauwdruk ‘Psychosociale zorg en Samenwerking met Veilig Thuis’ ontwikkeld voor het structureren van zorg rondom kwetsbare zwangeren. Het stroomschema begint bij de intake door een verloskundig zorgverlener, waarbij wordt gescreend op psychopathologie, psychosociale problemen en/of middelengebruik.

Vervolgens biedt de blauwdruk een handvat bij het verlenen van zorg tot na de bevalling. Om met de blauwdruk te kunnen werken en deze lokaal te kunnen implementeren in de dagelijkse zorgverlening, moet die worden vertaald naar een operationeel zorgpad op VSV-niveau. Meer informatie: http://www.regionaalconsortium.nl/nl/blauwdruk/ Is er eigenlijk verschil tussen een kwetsbare zwangere in Zeeland en in wijk Feyenoord in Rotterdam, wil Van der Velden nog weten. “Nee, eigenlijk niet,” antwoordt Torij. “Wat iemand vooral kwetsbaar maakt, is het ontbreken van een goed sociaal netwerk.”

Rookvrije Start

Dan is het de beurt aan Nelleke Maas, adviseur Jeugd bij GGD Hart voor Brabant en woordvoerster namens de Taskforce Rookvrije Start, een initiatief van negen beroepsverenigingen in de zorg. In Nederland worden elke dag 40 kinderen geboren die al in de baarmoeder gedurende de hele zwangerschap zijn blootgesteld aan rook. Doel van de Taskforce is het aantal vrouwen dat rookt tijdens de zwangerschap met 50% te laten afnemen en het aantal rokende partners met 25%.

Dat moet onder andere gebeuren door multidisciplinaire (geboorte)zorg gericht op stoppen met roken voor vrouwen en partners te bevorderen (zorgpad in ieder VSV) en door publiciteit te geven aan dit onderwerp en kennis te verbeteren bij de betrokken beroepsgroepen en het publiek. Maas: “Het staat helaas nog niet overal bovenaan de prioriteitenlijst en het ligt ook financieel vaak lastig.” De eerste concrete actie is alvast een wachtkamerfilm, die (aanstaande) ouders op een positieve manier motiveert om samen te stoppen met roken.

Ook Anne Bedaux, docent Centering Pregnancy en verloskundige bij Verloskundigen aan ‘t IJ in Amsterdam Noord, en ‘vadercoach’ Hans Götze laten met een film het goede voorbeeld zien. Ze hebben een module ontwikkeld voor mannen met als doel hen meer te betrekken bij en voor te bereiden op het vaderschap. Bedaux: “Het zou niets bijzonders moeten zijn en is echt van deze tijd. Het vergroot de betrokkenheid van de partner via vragen als: hoe bouw je een band op met je kind, wat had je zelf voor vader en wat voor vader wil je zelf worden?”

POP-poli

Marieke Paarlberg, gynaecoloog Gelre Ziekenhuis Apeldoorn en voorzitter Stichting Mind2Care, heeft sinds 2009 een POP-poli: Psychiatrie-Obstetrie-Paediatrie. Doel is het inventariseren van zorgbehoefte en zorgvraag voor die vrouwen die kwetsbaar zijn bij hun kinderwens (preconceptioneel traject) en/of tijdens hun zwangerschap en kraambedperiode. Ze worden sinds eind 2014 opgevangen met een zogeheten multidisciplinair consult, via 1 loket, 1 casemanager, 1 dossier. Paarlberg: “Maar ook hier zie je de knelpunten: het eigen risico én de vervolgzorg, die onvoldoende is geborgd. “

Al in 2011 klein begonnen en “het was per gemeente een flinke zoektocht”, maar nu kan Paul Asbreuk dan toch trots ‘Kans voor de Veenkoloniën (Groningen en Drenthe)’ presenteren: een 8-jarig programma met als doel het verkleinen van gezondheidsverschillen in de regio. Goede Start is één van de vier thema's. Opgezet in Hoogeveen en nu uitgerold rondom vier ziekenhuizen en uiteindelijk in dertien gemeenten. Goede Start wil jongeren bewust maken van de voorwaarden voor een gezonde zwangerschap en de veranderingen die volgen met het ouderschap, het goed begeleiden van de zwangerschap en voorbereiden op de bevalling. Asbreuk: “Dit gaat een gezondere generatie opleveren.”

Asielzoekers

Yvonne Maneschijn, klinisch verloskundige Refaja Ziekenhuis Stadskanaal en bestuurslid VSV Zuid-Oost Groningen, houdt zich weer met een heel andere doelgroep bezig: ze geeft voorlichting aan zwangere asielzoekers in AZC Ter Apel, dit jaar in totaal circa 300. De reguliere informatie die een zwangere niet-westerse asielzoekster tijdens de intake en controles krijgt van de verloskundige of gynaecoloog blijkt niet toereikend te zijn, vooral als men laat in de zwangerschap in Nederland arriveert (wat vaak het geval is).

Men begrijpt het Nederlandse zorgsysteem (nog) niet en door een ander onderwijssysteem (met veel taboes) of gebrek aan onderwijs in het thuisland mist men basale kennis over het menselijk lichaam en de voortplanting. Ook de taal- en cultuurbarrière, vaak aangevuld met laaggeletterdheid, spelen hen parten. De oplossing? “Er is op locatie interactieve groepsvoorlichting voor zwangere asielzoeksters (IGVZ) ontwikkeld, zodat men ook van elkaar leert”, aldus Maneschijn. “Ook hebben we contact gezocht met Pharos en met Rutgers Nederland voor het mede ontwikkelen van visueel voorlichtingsmateriaal met voice-overs. Tijdens de groepsvoorlichting werken we met de Belgische website www.zanzu.be, die wordt in 2017 door Rutgers gelanceerd in Nederland als www.zanzu.nl. Deze website bevat veel pictogrammen en plaatjes over zwangerschap, bevalling en anticonceptie.”

Vervolgens mag Reint Jan Renes, lector crossmediale communicatie in het publieke domein aan de Hogeschool Utrecht, de communicatie van de preventieboodschap nog eens geestig en herkenbaar onder de aandacht brengen. Hij wijst onder andere op de paradox dat mensen graag en veelvuldig kuddegedrag vertonen, maar ook een “hoge behoefte hebben aan zelfbepaling. De dagelijkse realiteit is dat onze intenties en goede voornemers vaak in strijd zijn met ons gedrag.” Renes haalt het voorbeeld aan van een bus Pringles, waartussen ook rode chips zijn gestopt, bij wijze van ‘stoplicht’. 50% van de ‘graaiers’ eet dan inderdaad minder chips. Renes’ boodschap aan de zaal: “Richt je op wat mensen doen in plaats van wat ze moeten doen. En kijk ook regelmatig in de spiegel…”

Zorgstandaard

Na de pauze staat de implementatie van de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg centraal, het document dat beschrijft aan welke eisen goede geboortezorg moet voldoen. Daarin gaat men uit van de patiënt. Het beschrijft niet alleen de zorg, maar ook de organisatie ervan. Daarbij horen tevens kwaliteitsindicatoren, want die brengen het resultaat van de zorg in beeld. Sinds juli dit jaar is de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg opgenomen in het Register van het Zorginstituut.

Wel dient de Zorgstandaard op een aantal onderdelen nog gecompleteerd te worden en Uriëll Malanda en Carola Groenen gaan namens Zorginstituut Nederland alvast in op enkele nieuwe hoofdpunten, zoals de gezamenlijke interprofessionele verantwoordelijkheid en risico-inschatting. Multidisciplinair Overleg (MDO) moet en voor iedere zwangere komt er een individueel geboortezorgplan, wat weer meer verantwoordelijkheid legt bij de VSV. In juli 2017 moet die geïntegreerde regionale organisatie van geboortezorg operationeel zijn. Malanda: “Wij blijven de druk erop houden en monitoren. De Zorgstandaard Integrale Geboortezorg is samen werken aan samenwerken.”

Om te kunnen toetsen of de Zorgstandaard goed wordt nageleefd, dienen er indicatoren te worden opgesteld. Die worden verzameld in heel Nederland en op basis daarvan is het mogelijk te bepalen wat wel/niet goed gaat. Ger de Winter, directeur Perined, geeft een update hoe het staat met de ontwikkeling van deze indicatoren (‘van lijn naar keten’), maar kan toch niet laten om, onder voorbehoud, de laatste sterftecijfers te tonen: perinataal tm 7 dagen in 2015: 7,3 (in 2014: 7,4).

Enquête

Marnix van den Berg, consultant CQT Zorg & Gezondheid en projectleider ontwikkeling en implementatie Zorgstandaard (in opdracht van CPZ), presenteert vervolgens de resultaten van een enquête – waarop 56% reageerde – onder ruim 80 verloskundige samenwerkingsverbanden in Nederland. Via twintig vragen wordt inzicht verkregen hoe het in de regio staat met de implementatie van de Zorgstandaard. Dat daar nog heel wat te verbeteren valt, blijkt onder andere uit de reactie ‘We komen om in de werkgroepen’, wat tot applaus in de zaal leidt…

Lies van der Wal, senior adviseur bij ROS Friesland en coördinator regionaal consortium Noord Nederland, en Andrea Drost (coördinator ACTion project bij het UMCG) laten zich daardoor echter niet uit het veld slaan. In de regio Groningen is een vingeroefening gedaan hoe de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg kan worden ingevoerd in de dagelijkse praktijk om zo te ontdekken wat dit voor consequenties heeft voor de werkvloer. De dames besluiten hun presentatie met een mooie poëtische boodschap: ‘Het is onmogelijk, zei trots. Het is riskant, zei ervaring. Het is zinloos, zei het verstand. Geef het een kans, fluisterde het hart’.

Levenslied

Dan is het woord aan de zaal, waar Floor Molkenboer van zelfbewustzwanger.nl de gelegenheid aangrijpt om aanwezigen “echt uit te nodigen om de dialoog aan te gaan met de gebruiker van de zorg. Want de stoel van de zwangere mag niet leeg blijven aan de tafels waar beleid voor de geboortezorg wordt gemaakt.” Ook in de hoek van de verloskundigen worden wat wenkbrauwen gefronst. “Er wordt al uitgegaan van ‘de keten’, maar de eerste lijn is zelf nog niet eens goed georganiseerd.” De discussie verleidt cabaretgroep MiER tot geïmproviseerd ‘ketengezang’ met opera en rap (op het thema ‘respect’) en waarbij het steekwoord ‘risico-inschatting’ tot een tamelijk hilarisch levenslied leidt.

De videoboodschap van het ministerie van VWS over de Taskforce/Programma Transitie Geboortezorg (www.transitiegeboortezorg.nl) is voor projectleider Martin Groesz aanleiding om een en ander nog eens helder te duiden. Het College Perinatale Zorg (CPZ) en Perined zijn begin dit jaar door het ministerie van VWS gevraagd de invoering van integrale geboortezorg cq bekostiging in de 80 VSV’s te faciliteren. Hiervoor is het Programma Transitie Geboortezorg (PTG) opgericht, dat in mei van start is gegaan. Belangrijk onderdeel van dit programma is de Taskforce Transitie Geboortezorg. Deze bestaat uit een aantal leden die regio’s op weg naar integrale geboortezorg cq integrale bekostiging faciliteren door kennis te delen.

Met ingang van 1 januari zullen enkele regio's naar verwachting overstappen op integrale bekostiging. Groesz: “Het proces is complexer dan verwacht, met veel frustratie en emoties. Maar op de ‘Expeditie Geboortezorg’ is onderweg al veel bereikt: een flink aantal geboortezorgorganisaties zet grote stappen – samen met zorgverzekeraars – en er is geen enkele discussie over het beoogde doel. Pioniers plaveien de weg voor anderen, dus geef ze maximale ruimte, zorg voor de best mogelijke randvoorwaarden en leer van de ervaringen van die pioniers.”

Voorbeeld

Zoals in de regio’s Breda en Helmond. Ingrid Hoosemans, verloskundige in Etten-Leur, en Janine Kliphuis, ‎directeur/bestuurder bij De Provinciale Kraamzorg - ‎Lunavi Kraamzorg, zijn “achteraf toch blij dat we aan het eind van de middag zijn geprogrammeerd, zodat we kunnen laten zien hoe het ook anders kan.” Sinds 1 november is hun regio namelijk Annature geboortezorg rijker: verloskundigen, gynaecologen, ziekenhuis Amphia en echocentrum Focus zetten hun handtekening onder de samenwerkingsovereenkomst en zijn daarmee koploper in Nederland. Tevens is een intentieovereenkomst met de kraamzorgorganisaties getekend. Verloskundige Ine Pennings van VSV Helmond (www.jijwij.nl) benadrukt vervolgens nogmaals het belang “om elkaar écht te leren kennen en te respecteren, altijd eerlijk en open te handelen. Wij hopen zo een voorbeeld te kunnen zijn voor heel Nederland.”

Het laatste woord is dan aan Bianca Visser, ZIN Kraamzorg en mede-initiatiefnemer van Kennisnet Geboortezorg, en Barbara Wijsen, algemeen secretaris CPZ. ZIN Kraamzorg nam enkele jaren geleden samen met andere partijen het initiatief om in de regio Utrecht een online platform te ontwikkelen waar professionals uit de geboortezorg met elkaar konden samenwerken. CPZ wilde dit initiatief graag landelijk dekkend maken en doorontwikkelen. Zodoende wordt tijdens het congres de vernieuwde website www.kennisnetgeboortezorg.nl feestelijk gelanceerd, een nieuwe stap om de geboortezorg in Nederland naar een hoger plan te tillen.

Jeroen te Nuijl (Journalist FC Klap)

Home Home
Actueel
KennisbankConsortiaCPZ TaskforcePreventie
Over CPZ
Inloggen
Ik wil bijdragen:
Sluiten