Terugblik jaarcongres 2013

Richting geven aan integrale zorg

Het derde jaarcongres van het CPZ, op 22 november in samenwerking met ZonMw, was een succes. Niet alleen was de opkomst in Spant! Bussum met 240 aanmeldingen prima (en dat voor een vrijdagmiddag…), maar ook de resultaten en voortgang op het gebied van (integrale) geboortezorg bleken meer dan hoopgevend.

Bekijk hier de foto's

Het leidde tot tevreden gezichten, ook bij CPZ-voorzitter Chiel Bos. “Het verschil met vorig jaar? De intensiteit van de samenwerking die overal in regio’s al plaatsvindt. Iedereen is bezig, ik ben zeer tevreden over het enthousiasme waarmee men aan de slag gaat. En de meesten zijn reeds zo ver, dat ze er tegenaan lopen: hoe gaan we dat dan betalen? Dat is weer een volgende stap, maar een goed teken.”

Bos had het congres ingeleid onder het motto ‘Richting geven’. Hij benadrukte nog maar eens dat integrale geboortezorg is vastgelegd en dat al veel is geregeld en geborgd. “Maar die eenduidige boodschap vertalen in de praktijk, dat moet ú doen,” hield hij de volle zaal voor. “In het veld en in de regio’s, dáár gebeurt het. Dat blijkt ook op het Informatieplein, met best practices. We zien een enorme activiteit, met voorbeelden die inspireren. Die netwerkfunctie – ook op onze site vindt u meer dan u denkt – vindt CPZ belangrijk. We zijn geen ‘manna uit de hemel’, maar kiezen bewust voor sturing, voor richting geven.”

 

Sprookje in Weeënland…

Het meest hilarische en herkenbare betoog kwam zonder twijfel van Eric Hallensleden (gynaecoloog, Groene Hart Ziekenhuis/In Zwang). Volgens het congresprogramma zou hij vertellen over de eerste pilotresultaten van het PDW, maar uiteindelijk werd het een persoonlijke interpretatie (‘Van sprookje tot nachtmerrie, van nachtmerrie tot sprookje’), met de gynaecoloog als droogkomische verteller.

Hallensleben kreeg direct de lachers op zijn hand met zijn visie op de digitale informatie-uitwisseling tussen verloskundigen, gynaecologen, kinderartsen, verpleegkundigen en onderzoekers die direct betrokken zijn bij de zorg voor de zwangere en haar kind. Hij besprak de situatie in Weeënland, waar in de Baringszee eilanden lagen die werden bewoond door diverse groepen: het Verlosvolk, de Gyro’s, Perido’s en de PRN-, PAN- en Psie-stammen.

Grootste probleem: die volkeren verstonden elkaar niet, niemand kende de oorspronkelijke taal meer. De parallel met de huidige realiteit was iedereen in de zaal duidelijk. Volgens Hallensleben worden diverse ‘faalfactoren’ gecreëerd: het aantal partijen, veranderde wetgeving, de ict en het gebrek aan dwingende leiding staan heldere communicatie in de weg. De nachtmerrie zou alsnog een sprookje kunnen worden dankzij discipline (“even geen eigen initiatief!”) en duidelijke, dwingende leiding. “Dan ontstaat wellicht een echt sprookje: betrouwbare cijfers, slechts één keer registreren voor een intelligent dossier en  goed geïnformeerde hulpverleners. Maar laten we beginnen met één taal te spreken…”

Vanuit de zaal werd dagvoorzitter Khadija Arib gevraagd waarom de Staat die dwang eigenlijk niet oplegt. Met de commotie rond het elektronisch patiëntendossier nog redelijk vers in het geheugen, wilde het Tweede Kamerlid van de PvdA haar vingers daar duidelijk niet aan branden. “Het PWD is belangrijk, maar een middel, geen doel. En het gaat er hier niet om wat ík vind…” Chiel Bos viel haar bij. “Het is juist een goede zaak dat de politiek zich afzijdig houdt. Hier heeft wat mij betreft CPZ een duidelijke rol te spelen.”

 

Respect en vertrouwen centraal

In meerdere opzichten borduurde het derde jaarcongres van CPZ voort op de editie van 2012. Toen werd onder andere geconcludeerd dat samen opleiden en trainen noodzakelijk is om tot goede multidisciplinaire samenwerking te komen en dat er meer aandacht mag gaan naar de zwangere. Beide ambities werden volop waargemaakt.

Vorig jaar fungeerde ze nog als spreker, ditmaal trad ze op als dagvoorzitter. “Dat is veel leuker, want als er één sector is waarbinnen veel is gebeurd, dan is het deze wel,” aldus Khadija Arib. “En het is belangrijk kennis te delen, zodat niemand het wiel opnieuw hoeft uit te vinden.” Arib werd op haar wenken bediend, want het congresprogramma bood een mooie dwarsdoorsnede uit de praktijk van geboekte progressie en verbeterpunten.

Zo spraken vanuit het VSV Reinier de Graaf Groep Carina Hilders (gynaecoloog Delft) en Arjenne Hoeksema (verloskundige Delft) openhartig over respect en vertrouwen bij integrale geboortezorg. Hilders: “Het is onacceptabel dat geboortezorg onderaan de lijst hangt, dat kan absoluut beter. In Delft zijn we begin dit jaar begonnen met een stuurgroep, want integrale zorg vraagt getrapte samenwerking. Eerst de organisatie op orde, dan komt de financiering wel. Zo’n veranderingsproces kost tijd, maar je moet met respect en vertrouwen de reis aangaan om de top te bereiken.”

Dat in de praktijk nog veel vooruitgang te boeken is, bewees het voorbeeld van Hoeksema. Ze vertelde over een vrouw uit Taiwan die zwanger was van haar tweede kind en de wens had om opnieuw epiduraal te bevallen. Maar dat liep mis, waarop de boze en teleurgestelde vrouw constateerde: “Als ik nog eens moet bevallen, ga ik naar Taiwan.” Een schrijnend voorbeeld van náást elkaar lopen in plaats van mét elkaar, aldus Hoeksema. “Droom groter dan jezelf, respect en vertrouwen zijn belangrijker dan de eigen autonomie.”

 

Regionale consortia

Kennis is één ding, maar het gaat uiteindelijk om de implementatie, beseften ook Hanneke Torij (lector, Hogeschool Roterdam), Erna Kerkhof (eerstelijns verloskundige Het Verloskundig Huys) en Pieter van Runnard Heimel (gynaecoloog Maxima Medisch Centrum). Als vertegenwoordigers van regionale consortia Zwangerschap en Geboorte gingen zij in op de voortgang in de negen regionale consortia Zwangerschap en Geboorte (ZonMw). De bereidheid om mee te doen is groot, zo werd geconstateerd, “maar communicatie is essentieel, anders verlies je draagkracht.” Kerkhof: “Het is belangrijk om in elkaars keuken te kijken. Ik heb het gedaan en kan het iedereen aanraden. Er is wel enige zorg over hoe nu verder. Gelukkig hebben we nog een paar jaar de tijd gekregen.”

Na de pauze schetste Frans Annot (directeur STBN) wat nodig is voor implementatie van integrale geboortezorg: richting, rust, ruimte, regie en ondersteuning. Implementatie is een vak apart waarbij een stappenplan zicht op het proces moet geven. Inge Boesveld (onderzoeker Jan van Es Instituut) besprak vervolgens de Geboortezorg Integratiemeter en vooral hoe die door de zwangere vrouw wordt ervaren. Want dat was duidelijk de rode draad op dit derde CPZ-congres: de cliënt centraal, met coördinatie van zorg, in de omgeving van het VSV. “Het is tijd voor de volgende slag, we moeten nu stappen zetten om de volgende niveaus in samenwerking te halen,” aldus Boesveld.

Rosaïda Broeren (beleidsadviseur NPCF) ging daarna in op de Zorgstandaard integrale geboortezorg in wording. Ook zij stelde ‘vrouw & partner’ centraal, als onderdeel van het multidisciplinaire geboorteteam. “De bouwstenen zijn beschikbaar, alleen het cement ontbreekt nog.” Broeren vergeleek de Zorgstandaard met een navigatiesysteem, waarbij de route wordt bepaald door de zwangere en haar verloskundige, met snelwegen en afslagen. “Volgend jaar gaan we het veld in voor een inventarisatie. Geef alvast uw mening op goedgeboren.nl.”

 

“Signalen voor dalende trend”

Als laatste spreker optreden tijdens een congres op vrijdagmiddag is normaal gesproken niet ideaal, maar Hens Brouwers hoefde geen moeite te doen de aandacht vast te houden. De kinderarts deelde de aanbevelingen en succesverhalen uit de PAN (Perinatale Audit Nederland) met de zaal, die aan zijn lippen hing en zeer actief mee discussieerde.

Het cijfer is bekend: voor, tijdens en na de bevalling sterven jaarlijks een kleine 1700 baby’s in Nederland, gemeten vanaf 37 weken zwangerschap; een relatief hoog aantal. Brouwers ging uitgebreid in op een aantal praktijkgevallen en kwam tot de volgende conclusies: alle lijnen zijn afhankelijk van beschikbare informatie, goede informatie geeft de mogelijkheid tot participatie en hulp inroepen is geen schande.

De audits missen hun uitwerking niet, aldus Brouwers. De laatste resultaten en trends zullen in 2014  op een symposium in juni bekend worden gemaakt, maar Arib durfde wel voor haar rekening te nemen “signalen te krijgen dat een dalende trend zichtbaar is.”

Al met al “een vruchtbare middag”, om in passende termen te blijven, constateerde de dagvoorzitter. Dat vond ook Chiel Bos: “We mogen best trots zijn. In veel aandachtgebieden zijn er wel richtlijnen, maar hier pakt men de multidisciplinaire samenwerking echt op, hoe lastig soms ook. We hebben qua geboortezorg geen achterstand, maar een voorsprong genomen.”

 

Informatieplein met best practices

Voor het eerst bood het jaarcongres van CPZ ook ruimte aan een heus Informatieplein. Verspreid over twee verdiepingen in het Bussumse Spant! konden de deelnemers kennis halen bij diverse ministands. Een korte inventarisatie.

Zo hadden de Amstel Academie (senior opleider aan de VU Petra Kunkeler) en het ExpertCollege (Andries Waterman) de handen ineengeslagen om een e-learning model te demonstreren. Een boek op verpleegkundig niveau dat de kennis en het interpreteren van een CTG voldoende beschrijft, is er niet. Met de e-learningmodule e-Xpert: CTG wordt de benodigde kennis en oefening aangeboden; de module is vernieuwend en innovatief binnen het verpleegkundig vervolgonderwijs. En 24 uur per dag overal via internet te volgen.

Bij Centering Pregnancy en Centering parenting legde Inger Aalhuizen namens partner KNOV dit nieuwe zorgmodel uit. “Het komt uit Amerika en we zijn er in 2011 mee gestart. Je vormt een groep samen met vrouwen die ongeveer in dezelfde periode zijn uitgerekend en de bedoeling is inzicht te geven in de eigen gezondheid en verantwoordelijkheid. Er zijn tien bijeenkomsten waar vrouwen elkaar kunnen steunen en kennis uitwisselen.” Zie ook www.centeringhealthcare.nl

 

Verbindende factor

VSV Leiden was er (hoofd poli verloskunde LUMC, Esther Zijp) om te vertellen over een fusie met het Leidse AZ, die in 2016 moet zijn afgerond. “We zijn al bezig met uniforme informatievoorziening, die uiteindelijk ook zal leiden tot een app.” En Rita Iedema-Kuiper (klinisch verloskundige UMCU) vertelde over de Stuurgroep klinisch verloskundige KNOV-NVOG. “We willen de verbindende factor zijn tussen de eerste- en tweede lijn. Zo’n congres als dit is belangrijk: je hoort altijd nieuwe dingen en de netwerkfunctie is goed.”

Dat onderschreef uiteraard ook Jeroen Loeffen namens CPZ en ZonMw, zelf eveneens ruim vertegenwoordigd op het Informatieplein. “Het congres is de fysieke verbinding, de rest van het jaar maken we online de virtuele verbinding. Ieder mens verdient het om goed te worden geboren en onze site www.goedgeboren.nl is voor iedereen; niet alleen professionals, maar ook ouders. Dat drempelloos, openbaar kennisdelen mag je gerust uniek noemen.”

Paulien Brunings (projectleider Achmea) bracht de Uitkomstindicatoren Geboortezorg onder de aandacht. “Dit project wil door het ontwikkelen van een betrouwbare uitkomstindicator, die op begrijpelijke en kort cyclische wijze wordt teruggekoppeld aan verloskundige professionals, de zorgketen meer inzicht geven in hun resultaten. Door gedeelde verantwoordelijkheid voor de uitkomsten van de zorg rond bevallingen gaat men nog beter de samenwerking aan om resultaten daar waar nodig te verbeteren. Eind dit jaar gaan de veldpartijen landelijke data onderzoeken, maar voor ons is deze pilotfase nu al geslaagd.”

Het pakkende verhaal van Eric Hallensleben op het congres, werd ook uitgedragen op de stand van het PWD. “We staan hier met een belangrijke reden: het invoeren van een woordenboek voor de perinatologie,” aldus Hindrik Wytzes. “Want het is cruciaal dat we allemaal dezelfde taal spreken. Het spoedbericht had natuurlijk prioriteit en is een goede referentie. Het stuurgroepprogramma, gesubsidieerd door VWS, loopt tot en met juni 2014 en zal ook de invoering van pilots bevatten. Daarna zullen zeker vervolgstappen worden genomen.”

 

Overdragen

Dorine Veldhuyzen van Talmor, lichtte de VSV Carrousel toe. “Sinds september is het programma voor VSV’s gestart, waarbij kennis wordt overgedragen over integrale geboortezorg en integrale bekostiging. Daarnaast stelt dit programma VSV’s in staat inzicht te krijgen in waar ze staan in deze integratie en waar ze naartoe willen. VSV Carrousel is een eenmalige bijeenkomst van twee uur en vindt plaats op een eigen locatie.”

Het Multidisciplinaire Educatieve en Simulatie Centrum (Medsim) was vertegenwoordigd via Pieter van Duynhoven, met name om teamtrainingen te stimuleren, ook in ziekenhuizen. “Een goed begin, een beter vervolg: door in transmuraal teamverband te trainen, gecombineerd voor 1e en 2e lijns, is elke schakel binnen de verloskundige keten beter voorbereid op acute situaties.”

Ook Mammoet is op dat terrein actief, aldus verloskundige Bahareh Goodarzi. “Het is een acute training voor kraamverzorgenden en ontwikkeld en gegeven vanuit de Academie Verloskunde Amsterdam-Groningen. We staan hier omdat er een pilot is geweest die heel goed is beoordeeld. We willen Mammoet graag uitrollen in het land en implementeren in de opleiding Kraamzorg.”

Ank de Jonge (verloskundige, docent) ging nader in op de INCAS-2 pilots. “Er blijkt in diverse regio’s interesse in pilots voor integrale zorg, die concreet worden uitgewerkt in projectplannen. Die pilots vormen de basis voor het INCAS-2 onderzoek. Doel is om begin 2014 concreet te starten met vier pilots. Er bloeien veel mooie bloemen, maar je moet wel goed meten om te kijken wat werkt.”

 

Nieuwsgierig

Een vreemde eend in de bijt was Annette de Graaf (projectleider GGD Den Haag) die Het Negen Maanden Spel toonde. “Ja, eigenlijk meer public health, het gaat om preventie voordat mensen zwanger zijn. Maar gezond zwanger worden heeft ook invloed op de perinatale sterfte. Daarom is een bordspel op maat ontwikkeld door de GGD Den Haag en Rotterdam, die te maken hebben met de hoogste perinatale sterfte. De ideale manier om weer in gesprek te komen met vooral de multiculturele groepen.”

Meest tot de verbeelding sprekende best practice op het Informatieplein was ongetwijfeld Rondom Zwanger, dat alle verloskundige zorg van Haarlem en omstreken concentreert (www.rondomzwanger.nl). Verloskundige Annemarijke Brienesse en gynaecoloog Paula Pernet: “Alles wat vanmiddag is gezegd, is bij ons al voor een groot deel praktijk. We zijn allemaal aan het zoeken. En wij bieden een antwoord, met Rondom. Er is ook ontzettend veel belangstelling voor ons initiatief, mensen zijn nieuwsgierig.”

Redacteur: Jeroen te Nuijl van FCKlap

Home Home
Actueel
KennisbankConsortiaCPZ TaskforcePreventie
Over CPZ
Inloggen
Ik wil bijdragen:
Sluiten