Nieuwsbericht

Implementatie indicatoren Integrale Geboortezorg

Op 12 september 2017 geplaatst door

Zorginstituut Nederland (ZiN) heeft 1 juni 2017 de ketenindicatorenset Integrale Geboortezorg vastgesteld en bindend verklaard. Deze indicatoren zijn een belangrijk onderdeel van de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg. Met de indicatoren kan de kwaliteit van zorg gemeten worden. De verkregen gegevens kunnen gebruikt worden voor evaluatie en bijsturing van het zorgproces.

Het College Perinatale Zorg ondersteunt VSV’s de komende maanden bij de implementatie van deze indicatorenset onder andere door:

  • te communiceren wat er van VSV’s verwacht wordt met betrekking tot de ketenindicatoren integrale geboortezorg, zowel op de korte termijn als daarna;  
  • een platformfunctie te bieden voor uitwisseling van kennis hierover tussen de VSV’s.

Daarnaast neemt het CPZ de regie met betrekking tot de doorontwikkeling van de indicatoren en voert daarover overleg met de betrokken partijen. 

Voor zover al bekend is, geven we hieronder aan wat op de korte termijn gedaan moet worden voor implementatie van de vastgestelde indicatoren en door wie. Zowel in het algemeen als per indicator.

Algemeen

Op korte termijn zet het CPZ nog een aantal juridische en financiële zaken op een rij. Wat betreft juridische zaken gaat het onder andere om privacyaspecten, accordering, eigendom en gebruik van gegevens etc. Ook zal een aantal financiële aspecten in kaart gebracht worden, zoals de implementatiekosten van de Net Promotor Score. Zodra daar meer over bekend is, zal deze informatie met de VSV’s gedeeld worden.

Tot nu toe bestond er, als onderdeel van de indicatoren medisch specialistische zorg, een set zwangerschap en geboorte, die uitvraagt op het niveau van de individuele zorgaanbieder. Door de Stuurgroep Transparantie Medisch Specialistische Zorg is besloten deze set voorlopig te laten bestaan naast de indicatorenset Integrale Geboortezorg.[1]

Indicatoren Integrale Geboortezorg

De ketenindicatorenset Integrale Geboortezorg omvat zorginhoudelijke indicatoren, cliëntervaringen  en klantpreferenties. Hieronder volgt per indicator een toelichting.

Zorginhoudelijke indicatoren 1 t/m 4

De zorginhoudelijke indicatoren worden nu ook al geregistreerd en – voor indicator 1 – ook gerapporteerd op VSV-niveau.

  1. Adverse Outcome Index (AOI)

    Deze indicator wordt gerealiseerd op basis van lopende gegevensaanleveringen aan Perined (LVR1 en LVR2). Vanwege de toevoeging van kindergeneeskundige informatie kent deze indicator een afwijkende verslagperiode. De gegevensaanlevering over 2017 loopt van het 4e kwartaal 2016 t/m het 3e kwartaal 2017.[2]  

  2. Aard van de zorg

    Deze indicator wordt uit lopende gegevensaanleveringen aan Perined afgeleid.

  3. Borstvoeding

    Vanwege de omzetting van de output van de huidige kraamzorgindicator naar VSV-niveau kent ook deze indicator, net als indicator 1, een afwijkende verslagperiode. De verslagperiode omvat het 4e kwartaal 2017. BO Geboortezorg ontwikkelt hiervoor een implementatieplan.

  4. Plaats van de zorg

    Deze indicator wordt uit de lopende gegevensaanleveringen aan Perined afgeleid.

Cliëntervaringen 5

Het meten van cliëntervaringen is nieuw. Deze gegevens dienen voor het eerst over verslagjaar 2018 aangeleverd te worden. Uiterlijk 1 mei na het betreffende meetjaar moet de informatie aangeleverd worden bij het Zorginstituut. Over verslagjaar 2018 is dat dus uiterlijk 1 mei 2019.

De indicator Cliëntervaringen bestaat uit twee delen:

  • Net Promotor Score (NPS)

    Elk VSV levert cliëntervaringsinformatie aan, verkregen door middel van de volgende door ZiN vastgestelde vraag:

    Hoe waarschijnlijk is het dat u op basis van uw ervaringen met de zorg (door o.a. verloskundigen, gynaecologen, kraamverzorgenden verleend) rondom uw zwangerschap/bevalling, deze zult aanbevelen aan een vriendin?

    Perined komt, in samenwerking met CPZ, met een voorstel om de implementatie van de NPS voor de VSV’s te faciliteren. De financieringsmogelijkheden hiervan worden door Perined en CPZ onderzocht.  

  • Cliëntervaringsinstrument naar keuze

    Elk VSV dient vanaf verslagjaar 2018 jaarlijks systematisch cliëntervaringen te verzamelen met een erkend instrument naar keuze. De resultaten van de meting en de hieruit volgende acties dienen opgenomen te worden in het VSV-kwaliteitsjaarverslag.

    Binnenkort stelt CPZ een overzicht op van bestaande cliëntervaringslijsten die over de gehele keten integrale geboortezorg gaan. Dit overzicht wordt in de kennisbank geplaatst en verspreid via de nieuwsbrief van het CPZ. Eén van die lijsten zal een ICHOM-cliëntervaringslijst zijn, die momenteel aan de Nederlandse situatie wordt aangepast.

    Ook hier komt Perined, in samenwerking met CPZ, met een voorstel om de implementatie van de lokaal gekozen vragenlijst te faciliteren.

Klantpreferenties 6 t/m 9

De klantpreferenties worden uitgevraagd via een eenmaal door instellingen in te vullen vragenlijst. Daarbij wordt niet alleen naar lijnaspecten (van ziekenhuizen[3], verloskundige praktijken en kraamzorgorganisaties) gekeken, maar ook naar ketenaspecten (van een VSV). De klantpreferenties dienen met peildatum 1 maart 2018 geimplementeerd te worden, waarna deze binnen de uitvraag 2018 aangeleverd worden.

Naast het verstrekken van informatie over deze indicatoren zullen Perined en CPZ -waar gewenst- VSV’s en partijen ondersteunen bij het daadwerkelijk indienen van de klantpreferenties bij ZiN.

Tot slot

De komende maanden zal CPZ regelmatig communiceren over de implementatie van de ketenindicatoren Integrale Geboortezorg. Om te beginnen is er een webinar op dinsdag 25 september om 20.15 uur is en op 5 oktober is er een bijeenkomst over de ketenindicatoren Integrale Geboortezorg.

Aanmelden voor het webinar over ketenindicatoren kan via deze link.

Aanmelden voor de kennisbijeenkomst over kennisindicatoren kan via deze link.

 

[1] Dit heeft tot gevolg dat van Ketenindicator 6 (de klantpreferentielijst ziekenhuizen) twee versies bestaan die in 2018 beide door ziekenhuizen aangeleverd moeten worden.

[2] Voor de Perined-aanlevering van verloskundige/obstetrische informatie heeft dit geen gevolgen: de deadline voor 2017-aanlevering is 1 maart 2018. Voor de kindergeneeskundige Perined-aanlevering zijn er wel consequenties. Hiervoor dient van jaaraanlevering overgestapt te worden op kwartaalaanlevering. Deadline voor aanlevering Q1 t/m Q3 2017 is 1 maart 2018.

[3] De eerdergenoemde set ‘zwangerschap en geboorte’ bevat een oude versie van de klantpreferentievragenlijst voor ziekenhuizen. De ‘set integrale geboortezorg’ bevat een versie die in overleg met alle betrokken partijen geüpdatet is. Zoals eerder aangegeven dienen beide lijsten door ziekenhuizen bij ZiN aangeleverd te worden.

Om te reageren dien je eerst in te loggen.

Heb je nog geen profiel? Registreer dan eerst om een nieuw profiel aan te maken.
Functie(s): Communicatieadviseur
Organisatie: College Perinatale Zorg
Specialisaties: (onbekend)
Werkgebieden: (onbekend)
Home
Actueel
KennisbankVraag & AntwoordConsortiaCPZ Taskforce
Over CPZ
Inloggen
Ik wil bijdragen:
Sluiten